aarde schaduw‘Kijk nou naar topwetenschappers,’ zei Mark Rutte gisterochtend in het radioprogramma Evers staat op, ‘die kiezen dan toch niet voor Nederland?’ Aanleiding was de opmerking van presentator Edwin Evers om het huidige belastingtarief voor topinkomens ‘met hand en tand’ te verdedigen, en niet te verhogen naar zestig procent zoals de PvdA voorstelt in haar verkiezingsprogramma. Als topinkomens zwaarder worden belast, zo redeneerde Rutte, verdwijnt wetenschappelijk talent uit Nederland. Rutte had geen slechter voorbeeld kunnen kiezen om zijn standpunt voor bescherming van de topinkomens kracht bij te zetten. Hij slaat de plank namelijk op twee fronten mis.

Ten eerste verkeert Rutte blijkbaar in de veronderstelling dat topwetenschappers een topinkomen hebben. Dat geldt misschien voor een select clubje bij Shell, Philips en DSM, maar niet zeker niet voor de professoren. Van de Balkenende-norm – die hiervoor als graadmeter geldt – zijn de meeste professoren ver verwijderd. Volgens de CAO Universiteiten 2007-2010 lag het salaris van hoogleraren tussen €4.904 en €8.622, wat neerkomt op maximaal €103.464 per jaar. Zelfs met een royaal pakket aan vakantiegeld, bonussen en ‘schnabbels’ komt de duurste hoogleraar dus bij lange na niet aan de Balkenende-norm, en zelfs niet aan de €150.000 die de PvdA als ondergrens voor topinkomens stelt.

Een tweede – veel belangrijker – aanname waaruit Ruttes gebrek aan inzicht in de wereld van de wetenschap blijkt, betreft het aantrekken van wetenschappelijk talent. Verlaging van de belasting op topinkomens geldt, aldus Rutte, als een belangrijk instrument om wetenschappelijk talent naar Nederland te halen. Rutte gebruikt de termen ‘topwetenschappers’ en ‘wetenschappelijk talent’ door elkaar. Het is daarbij onduidelijk of hij de professoren zelf als wetenschappelijk talent beschouwt, of dat hij verwacht dat beroemde wetenschappers op hun beurt wetenschappelijk talent aantrekken. Zelfs als hij het laatste bedoeld heeft – wat ik hoop voor Rutte – dan is dat geen argument tegen zwaardere belasting van de topinkomens. Natuurlijk willen jonge wetenschappelijke talenten graag bij de ster van hun vakgebied aan de slag. Toch wordt de keuze voor een locatie ook voor hen primair bepaald door de aanwezige infrastructuur, de toegang tot onderzoeksgeld, en de kansen op een vaste plaats en een eigen onderzoeksgroep. Het eigen inkomen – mits binnen redelijke grenzen – is van ondergeschikt belang, en komt niet in de buurt van bijvoorbeeld bankiers. Bovendien vormt de strategie om talent binnen te halen via ‘grote namen’ een extra uitdaging. De wetenschap staat namelijk bol van ‘Van Bastentjes’; de beste voetballers (lees: wetenschappers) zijn niet per definitie de beste coaches (lees: onderzoeksleiders).

Het verkiezingsprogramma van de VVD meldt niets over verbetering van het onderzoeksklimaat in Nederland. Sterker nog, volgens de VVD moet de universitaire wereld ‘er maar aan wennen dat wetenschappelijk onderzoek ook ten dienste van het bedrijfsleven moet staan’. Waarom Rutte nu uitgerekend wetenschappers als voorbeeld kiest van een groep die kan profiteren van de VVD-plannen, is mij een raadsel. Hij is daarmee wel de eerste die het specifiek over wetenschap heeft; van de overige partijen is het nog onduidelijk welke rol wetenschap speelt in de verkiezingprogramma’s (lees hier meer). Hulde voor Rutte wat dat betreft, maar ik ben wel benieuwd naar concrete ideeën over het leggen van een goede wetenschappelijke infrastructuur. Bij een eventueel premierschap kan Rutte de post Onderwijs, Wetenschap en Cultuur dan overlaten aan mensen die er wel raad mee weten.