Eerder dit jaar kondigden een aantal wetenschappelijke tijdschriften aan dat ze geen artikelen meer zullen publiceren die in zijn geheel of ten dele gefinancierd zijn door de tabaksindustrie. Dat leek mij niet meer dan logisch. Maar we begeven ons daarmee wel op een hellend vlak. Want waarom is de tabaksindustrie ronduit slecht en laten we de farmaceutische industrie wel toe in de academische wereld? Wat mij betreft omdat een verregaande samenwerking tussen universiteiten en de industrie belangrijk is voor een snelle vooruitgang in de (medische) wetenschap. Maar transparantie is geboden.

Waar rook is, is vuur
Het besluit van het blad PLoS Medicine om geen papers meer te publiceren waar een naar nicotine-luchtje aan zit, is het directe gevolg van een studie die aan het licht bracht welke manieren de tabaksindustrie erop na houdt om de Europese wetgeving te beïnvloeden. En het was overduidelijk: geen enkele methode wordt geschuwd om het product aan de man te brengen. Kennelijk vindt de tabaksindustrie de eigen agenda belangrijker dan de algemene gezondheid. De angst is nu dat ook in onderzoek waar de tabaksindustrie zijn naam aan verbindt, de werkelijkheid geweld wordt aangedaan omwille van de verkoopcijfers.

Het is van groot belang dat wetenschappelijk onderzoek onafhankelijk is. De hierboven beschreven praktijken lijken dus een reden om geen geld ‘met een agenda’ in wetenschappelijk onderzoek te steken; om wetenschappelijk onderzoek met louter publieke gelden te financieren. Dat is echter zowel onmogelijk als onwenselijk.

In Nederland wordt jaarlijks zo’n 9 miljard Euro aan wetenschappelijk onderzoek uitgegeven. Hiervan wordt meer dan de helft uitgevoerd door het bedrijfsleven. Dat onderzoek is dus per definitie niet vrij van marktinvloeden. Toch diskwalificeren we niet alle resultaten die door het bedrijfsleven worden geboekt. En terecht. Want naast de zelfreinigende werking van de sector wordt elk onderzoek grondig geëvalueerd door mensen die volledig onafhankelijk zijn voordat tot publicatie of patent kan worden overgegaan.

Bruggen slaan
Aan de universiteiten zou het nog wel haalbaar zijn, een situatie waarin al het onderzoek door publiek geld gefinancierd wordt. Op dit moment wordt in Nederland slechts 7% van de kosten van wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten door het bedrijfsleven gedekt. Maar terwijl dat misschien onafhankelijk klinkt, is dat niet de beste manier om snelle vooruitgang te boeken. Biotech bedrijven en de farmaceutische industrie hebben de academische wereld veel te bieden. Zij beschikken vaak over nieuwe technologieën of grootschalige databases waar universiteiten geen geld voor hebben. Door de samenwerking tussen de academische wereld en het bedrijfsleven te versterken kan de medisch wetenschappelijke vooruitgang in de zo gewenste stroomversnelling komen.

Maar niet iedereen denkt daar zo over. De recente benoeming van William Chin, tot voor kort nog directeur van de farmaceutische gigant Eli Lilly, tot decaan voor wetenschappelijk onderzoek van de Harvard Medical School leidde tot veel ophef. Critici betogen dat elke invloed van farmaceutische industrieën op de academische onderzoekswereld voorkomen moet worden omdat het kan leiden tot situaties zoals hierboven beschreven voor de tabaksindustrie. En dat gevaar bestaat natuurlijk. Want hoewel de farmaceutische industrie, in tegenstelling tot de tabaksindustrie, veelal tot doel heeft producten te ontwikkelen die mensen beter maken, blijft het allesoverheersende doel van elk bedrijf natuurlijk: geld verdienen. En misschien heiligt dat doel wel alle middelen.

Transparantie
Ik ben van mening dat universiteiten het zich niet kunnen veroorloven om zich afzijdig te houden van de rest van de wereld en ik denk dat sterke banden met de industrie bij een gezonde universiteit horen. Tegelijkertijd moet de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten gewaarborgd blijven. Het is daarom van groot belang dat er duidelijke regels zijn voor de interacties tussen universiteiten en geldschieters met een eigenbelang. Het moet duidelijk zijn bij wie welke verantwoordelijkheden liggen. Wat de invloed is die de geldschieter op de uitkomsten van het onderzoek heeft (het antwoord daarop moet natuurlijk zijn: geen enkele invloed, ook niet indirect; onderzoekers mogen nooit het idee hebben dat hun aanstelling op de tocht komt te staan als ze niet met de gewenste resultaten op de proppen komen). En tot slot, over welke maatregelen genomen worden wanneer men de regels aan zijn laars lapt. Wij, als belastingbetaler grootaandeelhouder in de Nederlandse wetenschap, hebben daar recht op.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.