De overheid krijgt het zwaar voor de kiezen. Er moet flink bezuinigd worden, het vertouwen is laag maar de verwachtingen blijven hoog. Het volk eist dat de overheid alles tot in de puntjes regelt en elk risico en elke hangjongere afvangt. Een stille, wetenschappelijke, revolutie ingezet door de huidige Amerikaanse president op basis van vroeg 20ste eeuwse progressieve filosofie, kan een rol spelen in het herstellen van het vertrouwen en de onafhankelijkheid in de belangrijkste toezichtouders. Maar volstaat deze filosofie nog en hoe zit dat eigenlijk met de onafhankelijkheid van de Nederlandse toezichthouders?

Erosie van toezichthouders in de VS

Regulerende instanties of toezichthouders zijn die overheidsinstellingen die toezien op de naleving van de wet en regelgeving ten behoeve van de gehele gemeenschap. In Nederland zijn de bekendste inspecties of toezichthouders de autoriteit financiële markten (AFM), de voedsel en waren autoriteit (VWA) en het college bescherming persoonsgegevens (CBP). In de VS zijn de bekendste toezichthouders de FDA die de voedsel en medicijnen veiligheid bewaakt en de milieuwaakhond EPA. In de afgelopen drie decennia is de effectiviteit van deze instanties in de VS ernstig geërodeerd tijdens de verschillende republikeinse presidenten. Wat begon tijdens Reagan liep door tot en met George W. Bush. Niet alleen werden de budgetten en het personeel met tientallen procenten gekort maar aan de reguleringsknoppen werden lobbyisten, vriendjes en dogmatische partijgenoten geplaatst. Een bloemlezing: een manager uit de bouwwereld die moest toezien op werkveiligheid, een manager uit de auto-industrie die de autoveiligheid in de gaten moest houden en een fervent criticus van de bonden moest opeens de rechten van werknemers gaan waarborgen. En de lijst van slagers die hun eigen vlees keuren gaat door. En zo gebeurde waar de (be)denkers tijdens de geboorte van de toezichtsystemen zozeer voor vreesden.

Wetenschappelijk regeringsbeleid

Tijdens het begin van de 20ste eeuw toen de grote industriële sprongen voorwaarts werden gemaakt, zijn de eerste toezichthouders ontstaan ter bescherming van mens en milieu. De toezichthouders zijn echter middels hun bevoegdheden, het deels verzorgen én controleren van de regulering, in theorie bevattelijk voor machtsmisbruik. Belangrijke Amerikaanse wetgevers zoals Louis Brandeis en progressieve denkers als  Herbert Croly hadden daar een oplossing voor: wetenschappelijk regeringsbeleid. Door experts geschoold in de natuur en sociale wetenschappen aan het roer te zetten van de toezichthouders en hun gebruik van de wetenschappelijke methode zouden deze organisaties boven de invloed van partijpolitieke en lobbygroepen kunnen staan.  Hieruit volgde Brandeis’ concept dat staten gezien konden worden als “Laboratoria van de Democratie”: Bestudeer, Denk, Stel voor, Controleer en Evalueer.

Onfeilbaar?

Een onfeilbaar systeem? Nee natuurlijk niet. Want iedereen die wel eens een stap in een laboratorium heeft gezet weet dat er eigenlijk maar één ding echt vast staat: er gaat een hoop fout. De wetenschappelijke methode bestaat uit hypothese vorming en methodes die niet alleen gevoed worden door keiharde feitelijke waarnemingen, maar óók door data met grote spreiding, persoonlijke gevoelens, verlangens en angsten. Niets menselijk is de wetenschapper vreemd. De crux zit hem in het beoordelen van de initieel gestelde hypothese en theorievorming feitelijke en betrouwbare argumenten en resultaten worden gebruikt en geen ideologie die vast zit op een zware plutocratische verdenking.

De stille wetenschappelijke revolutie van Obama die het afgelopen jaar heeft plaatsgevonden is gebeurd in de geest van Brandeis: het benoemen van onpartijdige experts aan het hoofd van de toezichthouders. Een ingenieur op mileu, een bioloog op de National Park Services, het succesvolle hoofd van de New-Yorkse GGD als eindverantwoordelijke bij de FDA. Nagenoeg allen hebben veel ervaring op lokaal niveau (lees staten) en kennen het knallen van de wetgevende zweep en niet die van Arabische volbloed paarden. Kan  er niemand overstappen van industrie naar de overheid? Ja, natuurlijk wel. Naar de toezichthouder? Moeilijker.

Nederland

Is er in NL ook een stille revolutie nodig? Nee en ja. Nee, wij kennen in NL een heel ander systeem waarin niet het gehele ambtenaren apparaat wisselt als de politieke kleur van de president wisselt. Van de verschillende ministeries is wel bekend dat de top een bepaalde politieke kleur kent maar in NL is het toezicht op de regelgeving de verantwoordelijkheid van de inspecties en de inspecteur generaal. Zij zijn onafhankelijk en mogen de minister adviseren/tot de orde roepen los van de hoogste ambtenaar.

Wat wel voor het koesteren en verkopen van het laboratoriumconcept van Brandeis’ pleit is dat de komende decennia vragen om het oplossen van grote problemen niet op basis van achterhaalde of partijpolitieke ideologie maar met gebruik van feiten, rationalisme, ethisch besef en oog voor duurzaamheid. We hebben het hier dan wel over laboratoriumconcept 2.0 want de wereld is na Brandeis veranderd en complexer geworden. Monomaan technocratisch besturen en reguleren is de laatste jaren goed afgestraft. Duidelijke ‘mission statements’ en transparante feiten zijn nodig. En over diezelfde feiten is consensus vereist en daar is ultiem leiderschap voor nodig in de vorm van een president, eurocommissaris of minister, op inhoud en proces. En daar hoeft een wetenschapper niet altijd de beste oplossing te zijn.

Een toetje introspectie en onderzoeksjournalistiek: Welke achtergrond hebben onze inspecteurs-generaal van de inspecties in Nederland? Een kleine bloemlezing: drie juristen op arbeidsinspectie, openbare orde en veiligheid en de rijveiligheid; een professor sociale geneeskunde op gezondheidszorg; een plantkundige op de VROM inspectie; een neerlandicus op onderwijs; en een criminologe op de inspectie van de Jeugdzorg. Geen slechte score, dunkt me.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.