Het gebruik van antibiotica door dierenartsen moet in 2013 zijn gehalveerd. Dat maakten de demissionaire ministers van Verburg (Landbouw) en Klink (Volksgezondheid) vrijdag bekend, zo meldde de volkskrant zaterdagochtend.

Eerder al stopten dierenartsen met het voorschrijven van bepaalde antibiotica na aandringen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde. Cefalosporinen bijvoorbeeld, antibiotica die kunnen worden afgebroken door bacteriën die Extended Spectrum Betalactamase (EBSL) produceren zullen vrijwel niet meer worden gebruikt. EBSL kan beta lactam onwerkzaam maken, een bouwdeel van cefalosporine en peniciline.

Dreigt er een acute bacteriële epidemie als kuikens preventief antibiotica toegediend krijgen? Zien beleidsmakers eindelijk in dat intensief gebruik van geneesmiddelen in de veeteelt consequenties heeft voor de volksgezondheid? Worden we onnodig bang gemaakt?

Er heerst veel onduidelijkheid over antibiotica. Tim schreef al eerder over het misverstand dat je altijd je kuur moet afmaken om resistentie te voorkomen. Want enkel de tijd die nodig is de infectie te bestrijden bepaalt de noodzakelijke duur van de behandeling. Door de bacteriën aan te vallen met een flinke dosis antibiotica kan de invasie worden gestopt. Het is echter de frequentie van het gebruik die leidt tot een hogere kans op resistente bacteriën.

En de frequentie bij het preventief toedienen van antibiotica aan pluimvee in onze industrie is vrij hoog. Sterker nog, 5% van de dierenartsen schrijft ruim 80% van alle antibiotica voor leert het volkskrant artikel ons. Iets wat de landbouwsector niet verweten kan worden, want bergen antibiotica kosten veel minder dan de behandeling van individuele dieren. Maar de antibiotica komen terecht in de grond en in het water, en ook worden resistente bacteriën verspreid door de wind of vogels.

Toeval of niet, het april nummer van Nature Reviews Microbiology is geheel gewijd aan resistentie. De artikelen geven geen antwoord op de vraag of onze ministers de juiste beslissing nemen, in plaats daarvan geven de auteurs een overzicht van de rol van resistentie in de natuur. Want de productie van antibiotica door schimmels is waarschijnlijk al 500 miljoen jaar oud, maar van de functies die het in de natuur speelt is verrassend weinig bekend. Onze kennis over resistentie komt vooral uit laboratoria, maar tussen deze kunstmatige setting en de buitenwereld zitten wel wat verschillen.

Ten eerste is de dosis die door organismen wordt geproduceerd in de natuur meestal lager dan de (voor bacteriën) dodelijke dosis die de huisarts voorschrijft. Hormesis, het verschijnsel dat een lage dosis van een stof een andere respons teweeg brengt dan een hoge is al vaker in verband gebracht met antibiotica.

Daarnaast klinkt resistentie zeer voordelig vanuit bacterieel oogpunt, het beschermt immers tegen antibiotica. Maar Johan Cruijff heeft opnieuw gelijk – elk voordeel heb z’n nadeel. Eiwitten die resistentie mogelijk maken hebben over het algemeen ook andere functies. Dit leidt ertoe dat resistentie bij bacteriën vaak gepaard gaat met een afname in groeisnelheid, en dit zou wel eens een druk kunnen veroorzaken om de resistente eigenschap weer te verliezen (bijvoorbeeld als je langzamer groeit dan je soortgenoten). Het gegeven dat er resistente bacteriën gevonden worden in bevolkingsgroepen die nooit in aanraking zijn geweest met antibiotica geeft tegelijkertijd weer aan dat deze laatste stelling niet altijd opgaat.

Al met al is er nog genoeg werk te doen om tot nieuwe inzichten te komen in dit veld. Gelukkig benoemen de auteurs van een van de reviews ook een wezenlijk probleem dat wellicht wel op te lossen is op korte termijn. Er is namelijk geen gestandaardiseerde methode om resistentie in het milieu te meten, geen golden standard bacteriekweekmethode of antibioticaconcentratie. Gerda, Ab, misschien is dat ook iets leuks voor beleidmakers om over na te denken?