PvdW
De verkiezingen komen eraan en de meeste partijen hebben inmiddels de concepten voor hun verkiezingsprogramma’s gepresenteerd. Terecht is het meest nieuwswaardige hoe de verschillende partijen om denken te gaan met het begrotingstekort. Aangezien sciencepalooza een wetenschapsblog is, hier een blik op de plannen voor de kenniseconomie.

De status van wetenschap in Nederland

Afgelopen week presenteerde het Innovatieplatform een tussentijdse evaluatie van de Kennisinvesteringsagenda (KIA). De KIA is bedoeld om Nederland in 2016 weer bij de top 5 van kenniseconomieën te brengen. Uit het rapport blijkt dat het, zeven jaar na de invoering van het Innovatieplatform, nog steeds bergafwaarts gaat met de kwaliteit van onze kenniseconomie. Na een kleine twintig jaar rond de derde plek te hebben gestaan is Nederland sinds 1997 aan het afglijden en momenteel bevinden we ons op de tiende plek. Met dit in het achterhoofd werpen we een blik op de verkiezingsprogramma’s van de vijf grootste partijen in de peilingen: PvdA, CDA, VVD, D66 en GroenLinks. De PVV heeft momenteel nog geen verkiezingsprogramma en is daarom niet te beoordelen. Wat zijn de plannen om de gestage achteruitgang van Nederland als kennisland te doen stoppen of zelfs te doen omkeren?

Wetenschappelijk onderzoek in de verkiezingsprogramma’s

Een grote gemene deler tussen de verkiezingsprogramma’s is dat hoger onderwijs, onderzoek en innovatie praktisch altijd in een adem worden genoemd. Daarnaast is het zo dat zodra wetenschappelijk onderzoek aan bod komt, dit gebeurt in combinatie met hoger onderwijs of innovatie, maar dat wetenschappelijk onderzoek nauwelijks als doel op zich wordt beschouwd. Dit roept natuurlijk de gebruikelijke vraag op of er überhaupt wetenschappelijk onderzoek gedaan moet worden. Maar deze vraag lijkt me, in een land dat een kenniseconomie wil zijn, overbodig aangezien fundamenteel wetenschappelijk onderzoek de ultieme vorm van ontwikkeling van kennis is. De intentie om een kenniseconomie te zijn is unaniem onder de partijen, zoals de PvdA het verwoordt: “Nederland zal haar aardgasbaten minder in beton en meer in kennis moeten investeren.”

Het belang van goede wetenschappers wordt in veel verkiezingsprogramma’s erkend door als het ware de ‘toepassingen’ die de wetenschappers hebben, namelijk dat ze een rol spelen in onderwijs en innovatie. Wetenschappers zijn daarmee een bron voor innovatieve bedrijven die de economie stimuleren, of om jongeren hoog op te leiden zodat deze de kenniseconomie kunnen stimuleren. De hang naar toegepast in plaats van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek blijkt bijvoorbeeld uit de standpunten van het CDA: “We kunnen niet overal goed in zijn. Dat vraagt om meer samenhang tussen wetenschap, toegepast onderzoek en innovatiebeleid” en de PvdA: “Excellente wetenschappers zijn de motor voor goed onderwijs, maatschappelijke vooruitgang en een innovatieve kenniseconomie.” Het belang van wetenschappers voor de maatschappij wordt dus breed erkend, maar hoe deze wetenschappers ooit wetenschappers zijn geworden of dat er belang is bij wetenschappelijk onderzoek op zichzelf, komt niet aan de orde.

Expliciete uitspraken over de Nederlandse wetenschap

Wat wordt er dan wel expliciet gezegd over fundamentele wetenschap? Bar weinig. Maar wel iets. Zo zegt de VVD: “Investeringen in onderzoek en innovatie zijn onmisbaar voor de toekomst van Nederland. Fundamenteel onderzoek blijft daarbij een fundamentele investering. De VVD wil daarom niet dat er wordt bezuinigd op geld voor wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten” en het CDA minder expliciet “De kennis als vermogen moet op niveau worden gehouden”. Het feit dat er op wetenschappelijk onderzoek niet bezuinigd wordt in barre tijden is natuurlijk goed nieuws. Ware het niet dat de grote kenniseconomieën zoals de VS en Duitsland momenteel alleen maar meer in onderzoek investeren. Een pas op de plaats zal dus resulteren in relatieve achteruitgang.

De PvdA doet de volgende uitspraak over wetenschap: “Nederlandse wetenschappers behoren op verschillende terreinen tot de internationale top. Om deze positie te behouden en uit te bouwen zullen we onderzoeksmiddelen selectief moeten toekennen aan de beste onderzoeksgroepen.” Kortom de PvdA wil een voetbalelftal met uitsluitend spitsen. Dit lijkt een flauwe vergelijking, maar het is feitelijk waar. Top onderzoekers zijn compleet afhankelijk van de subtop. Je kan als land kiezen om alleen een paar top onderzoekers aan te stellen, maar dit is een arrogantie die niet lang vol te houden valt. Op alle niveaus is het beter om de complete piramide te subsidiëren en niet alleen de punaise. Wat vaak gedacht wordt is dat subtop, feitelijk onder de maat presterende toppers zijn, maar dit is nonsens. De impact van wetenschappelijk onderzoek wordt in veel grotere mate bepaald door het wetenschappelijke onderwerp dan door de kwaliteit van het onderzoek.

Partij voor de Wetenschap

Is het dan tijd voor de PvdW? Liever niet, ‘one issue’ partijen zijn er al te veel. Wel is het zo dat als Nederland daadwerkelijk een kenniseconomie wil zijn, de relevantie van op zichzelf staand fundamenteel onderzoek een brede maatschappelijke acceptatie moet krijgen. Dit lijkt onmogelijk omdat in Nederland er geen cultuur heerst waarin kennis op zich iets goeds is, hoogstens dat bepaalde kennis goed is om veel geld aan te verdienen. Maar wat niet vergeten moet worden is dat het onmogelijk is om een kennisland aan de top te zijn zonder deze kennis zelf te ontwikkelen.

Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.