Als je mee wilt tellen moet je kunnen multitasken. Bedrijven vragen ernaar in sollicitatiegesprekken en als je niet tegelijkertijd je Facebook-, Twitter- en LinkedIn-status, het nieuws en meerdere email accounts bij kan houden ben je goed ouderwets.

Eten en lezen
Mensen zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de iPhone, redelijk goed in het uitvoeren van twee taken tegelijkertijd. Zo zal er bijna niemand moeite mee hebben tegelijkertijd dit stuk te lezen en een boterhammetje te eten. De handelingen die je verricht tijdens het eten: de beweging naar de mond, happen, kauwen en slikken, zijn zo vanzelfsprekend en zitten zo ingebakken in je brein dat je er niet bewust over na hoeft te denken. Er blijft dus genoeg denkvermogen over om te lezen en die input te verwerken. Maar het wordt een ander verhaal wanneer twee taken worden gecombineerd die competeren om aandacht.

Pianospelen en rekenen
Een paar maanden geleden nodigde NPR de professionele pianist Jacob Frasch uit in de studio en vroeg hem een bekend stuk van Bach te spelen terwijl hij tegelijkertijd over zijn jeugd vertelde. Die combinatie bleek geen probleem. Maar toen Frasch werd gevraagd om een voor hem onbekend uptempo stuk vanaf bladmuziek te spelen en tegelijkertijd een simpele rekensom uit te voeren kon je in de muziek horen hoe de hersenen werken; terwijl de pianist z’n hersenen aftastte naar het antwoord nam het tempo van de muziek eventjes af, er werd een enkele foute noot aangeslagen, en terwijl het antwoord op de rekensom uit de mond van de pianist klonk was de muziek alweer op tempo en alle noten glaszuiver (luister hier naar het experiment). De hersenen van de pianist leken dus als het ware de twee taken niet tegelijkertijd uit te voeren maar razendsnel tussen de twee taken te schakelen.

Twee helften
Hoe zoiets daadwerkelijk in de menselijke hersenen werkt is de afgelopen week door een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Science een stuk duidelijker geworden. Franse onderzoekers schrijven daarin hoe ze proefpersonen uitdaagden om tegelijkertijd twee gerelateerde taken uit te voeren. Met fMRI namen ze vervolgens waar hoe een gedeelte van de hersenen (de prefrontale cortex) opgedeeld werd in twee helften, en iedere helft één van de taken op zich nam. Terwijl de twee taken werden volbracht zagen de onderzoekers hoe er razendsnel tussen de twee helften werd geschakeld. Er lijkt echter wel een grens aan de hoeveelheid taken te zitten, want wanneer de proefpersonen tegelijkertijd een derde taak moesten volbrengen bleek dit voor de meesten onmogelijk; fout werd op fout gestapeld en één van de drie taken werd dikwijls vergeten.

Een klein experiment onder de sciencepalooza auteurs bevestigt hoe moeilijk het is om snel tussen meerder taken te schakelen. In het begin lukte het niemand drie taken tegelijk uit te oefenen, maar na oefening, waardoor handelingen meer automatisch werden, lukte het een paar auteurs zelfs kortstondig vier taken tegelijk te volbrengen. Test het ook zelf eens met het volgende spel (Multitask)

Bekendheid en automatisme
Multitasken is dus eigenlijk een kwestie van supersnel ‘switchen’ en het wordt pas echt mogelijk om taken tegelijkertijd af te handelen wanneer ze bekend zijn en er automatismen voor bestaan. Dat geeft ook direct aan waarom autorijden en sms-en (of bellen), net zo slecht samengaan als een onbekend pianostuk spelen en rekenen. Autorijden zelf kan goed een automatisme zijn, maar de omgeving waarin je je als automobilist begeeft eist constante aandacht en hoe drukker en onbekender de weg hoe meer ‘rekenvermogen’ er van de hersenen wordt geëist. Tegelijkertijd sms-en competeert met die capaciteit en vraagt de hersenen om te switchen en de aandacht te verleggen (de aandacht een kwart seconde verleggen resulteert bij 60 km/uur in een extra remweg van zo’n 4 meter).

Geen multitasker maar ‘extreme switcher’
Er zijn natuurlijk mensen die denken dat ze excellente multitaskers zijn en zij bewijzen dit door constant hun Facebook-, Twitter- en LinkedIn-status te updaten, meerdere email accounts en talloze (nieuws)websites bij te houden, terwijl ze gelijktijdig TV kijken en naar de radio luisteren. Je zou kunnen denken dat dit soort media-multitask gedrag positieve gevolgen heeft. Immers hoe meer je oefent des te beter je in het multitasken wordt. Maar dat blijkt toch niet zo simpel. Een experiment uit 2009 laat zien dat studenten die dagelijks gebruik maken van meerdere media-bronnen tegelijkertijd (zoals Facebook, Twitter de radio en TV) zich veel makkelijker laten afleiden van de taak die ze tijdens het experiment moeten uitvoeren en minder goed de bijzaken van de hoofdzaken kunnen scheiden dan studenten die zeggen nagenoeg nooit te multitasken. Bovendien waren de media-multitaskers langzamer in het uitoefenen van twee taken tegelijkertijd; oftewel ze waren slechter in multitasken.

De resultaten zijn moeilijk te verklaren. Misschien zorgt een overmaat aan multitasken voor verstopping van de hersenen wat resulteert in een verlies aan snelheid en concentratievermogen. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat mensen die zich moeilijk op één ding kunnen concentreren vaker geneigd zijn te multitasken. Maar dat er aan multitasken een grens zit en het zeker niet voor iedereen en voor alle zaken geschikt is moge duidelijk zijn. Vooral complexe taken vragen om expliciete aandacht. Tegen bedrijven die opzoek zijn naar goede werknemers zou ik willen zeggen, pas op voor iemand die zichzelf als multitasker omschrijft, dat is een risicootje. Tegen sollicitanten: te koop lopen met multitasken als een van je talenten is misschien toch niet zo’n goed idee. Beter is om jezelf vanaf nu te betitelen als ‘extreme-switcher’.

Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.