Daders opsporen met behulp van DNA profielen is een belangrijk stuk forensisch gereedschap. Deze techniek is alleen succesvol in combinatie met een omvangrijke DNA database die de pakkans voor daders groot maakt. Binnenkort kan DNA ook worden gebruikt voor het bepalen van uiterlijke kenmerken voor het maken van een dader signalement. DNA technieken wekken weerzin op bij sommige mensen. Echter, voor deze technieken hoeven we niet bang te zijn, zeker omdat Nederland op dit gebied strenge wetgeving kent.

DNA als forensische opsporingsmethode

Bij forensische opsporingsmethoden wordt steeds vaker gebruik gemaakt van het DNA dat in celmateriaal op het plaats delict wordt aangetroffen. Het bekendste voorbeeld hiervan is de techniek waarbij DNA profielen worden bepaald aan de hand van zogenaamde STR’s (Short Tandem Repeats). Dit zijn korte stukjes DNA code die in herhalingen voorkomen in ons DNA. Combinaties van deze STR’s zijn voor ieder mens uniek en kunnen worden gebruikt als een soort barcode om personen te identificeren. De DNA profielen die worden opgeslagen in een DNA databank zijn afkomstig van biologische sporen van plaatsen delict of van celmateriaal wat al dan niet vrijwillig is afgestaan door personen. In Nederland bevat deze databank momenteel naast 40.000 profielen van sporen ongeveer 90.000 profielen van personen. Vanwege de beperkte omvang van de databank en omdat we het niet wenselijk vinden dat het profiel van iedere burger in de DNA databank staat, komt het relatief vaak voor dat er geen overeenkomst wordt gevonden tussen het dader profiel en de databank. Dit gaat met name op voor zogenaamde ‘cold cases’; ernstige criminele zaken die bijna verjaard zijn.

Uiterlijke kenmerken

Als een DNA profiel geen overeenkomst met de DNA databank oplevert kan DNA ook gebruikt worden voor het afleiden van uiterlijke kenmerken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van variaties op het DNA (SNP’s)  die zijn geassocieerd met uiterlijke kenmerken. Momenteel zijn dat kenmerken zoals oogkleur, krullend haar en haarkleur. In Nederland is recent door de groep van Manfred Kayser een test voor oogkleur ontwikkeld waarmee met grote waarschijnlijkheid van DNA kan worden afgeleid of een dader blauwe of bruine ogen heeft. Nieuwe technieken zullen er mogelijk voor zorgen dat er meer en betere relaties tussen DNA en uiterlijke kenmerken worden onthuld. Te denken valt aan kenmerken zoals postuur, linkshandigheid, zwaarlijvigheid en de kans op kaalheid. Een volledige gezichtsreconstructie op basis van DNA lijkt toekomstmuziek; het is erg moeilijk en misschien wel onmogelijk om het samenspel van alle betrokken genen te achterhalen. In het geval dat er verder geen enkele informatie over de dader beschikbaar is kan dit type DNA onderzoek worden ingezet om een (beperkt) signalement van een dader op te stellen. Dit kan worden toegepast om bijvoorbeeld in een buurtonderzoek de pool van potentiële verdachten waarvan men een DNA profiel van wil hebben te verkleinen. Men kan inmiddels ook op basis van het DNA met een zekere nauwkeurigheid de etnische achtergrond van een persoon afleiden. Dit werd voor het eerst gebruikt in de zaak Marianne Vaatstra waar werd vastgesteld dat de dader hoogstwaarschijnlijk van West-Europese afkomst was.

privacy en wetgeving

Een vaak gehoord misverstand is dat DNA profielen ‘alles’ over een persoon onthullen. Dit is zwaar overdreven, Ex-geneticus Ronald Plasterk heeft wel eens een vergelijking gemaakt met een boek waarin de woorden en zinnen informatie geven over de inhoud van het boek. Neem je nu van elke rechterpagina de allerlaatste letter en zet je deze letters vervolgens achter elkaar, dan heeft ieder boek zijn unieke code. Deze code zegt echter niets over de inhoud van het boek. Dit geldt ook voor DNA profielen. De techniek van de uiterlijke kenmerken daarentegen onthult ook daadwerkelijk informatie over de persoon zelf. Dat gaat een stapje verder. Maar de vraag is of dit erg is natuurlijk. Naar mijn mening hoeven we ook voor deze techniek niet bang te zijn, vooral omdat Nederland als enige land strenge wetgeving heeft op dit terrein.

Deze wetgeving stelt bijvoorbeeld dat alleen kenmerken mogen worden gebruikt mits die ook voor andere personen zichtbaar zijn. Bij het maken van de wetgeving is rekening gehouden met de privacy van de persoon van wie het DNA afkomstig is en zijn recht om informatie niet te willen weten. Dit betekent dat geen kenmerken mogen worden gebruikt waarvan de persoon van wie het DNA afkomstig is, geen weet heeft, bijvoorbeeld de kans op het krijgen van een ernstige ziekte. Een andere bepaling is dat alleen kenmerken gebruikt mogen worden die al vanaf de geboorte zichtbaar zijn. Deze laatste bepaling lijkt me erg strikt en verbiedt bijvoorbeeld het gebruik van kenmerken die pas op later leeftijd zichtbaar worden zoals postuur, oogafwijkingen en zwaarlijvigheid.

Kortom, de techniek staat nog in de kinderschoenen en de mogelijkheden zijn daardoor moeilijk te voorspellen. Maar omdat de huidige wetgeving ook bepaalt dat elk nieuw kenmerk afzonderlijk door de regering getoetst moet worden, zal de ontwikkeling gecontroleerd verlopen.

Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.