Een keer per maand zit ik in een kleine bijeenkomst voor jonge vrouwen aan onze faculteit. “Jong” betekent onder wetenschappers: “nog niet professor”. En in Duitsland betekent “nog niet professor” automatisch “op een tijdelijk contract”.

De bijeenkomsten zijn deel van een mentoring programma dat tot doel heeft ons (jonge vrouwen) te helpen professor te worden. We leren bijvoorbeeld hoe sollicitatie procedures werken aan Duitse universiteiten. We krijgen soms ook geld, bijvoorbeeld om een congres te bezoeken of om een student assistent aan te stellen.

Ik vind het wel leuk om de andere vrouwen aan de faculteit te leren kennen, en geld voor reizen is natuurlijk altijd handig, maar verder vind ik het vaak een beetje bizar. Hier een paar voorbeelden uit de laatste bijeenkomst.

Personeelsontwikkeling nutteloos
De universiteit probeert ons te helpen professor te worden, maar het is onmogelijk professor te worden aan je eigen universiteit. Ik vind het wel goed dat mensen niet hun hele leven aan een universiteit blijven hangen, maar hier is het beleid: professoren komen altijd van buiten. Eenmaal een baan als docent of postdoc aan de Uni München, is het niet de bedoeling dat je hier ooit prof wordt. En alle andere banen zijn tijdelijk, dus die 15 vrouwen in het vrouwenclubje zullen tussen nu een 2015 allemaal deze universiteit verlaten. Geen wonder dat personeelsontwikkeling een ondergeschoven kindje is!

“Hopen dat je collega niet zwanger wordt”
De meeste biologie professoren in Duitsland hebben tussen één en drie wetenschappelijke medewerkers die onderzoek doen en onderwijs verzorgen (vergelijkbaar met universitair docenten in Nederland, behalve dat deze banen natuurlijk ook tijdelijk zijn). Deze wetenschappelijke medewerkers zijn meestal tussen de 30 en de 35 jaar, en het gebeurt natuurlijk dat deze mensen kinderen krijgen. Maar als een vrouw een kind krijgt kan ze in ieder geval een week of 14 niet werken. Door een of andere rare regeling tussen de universiteit en de Duitse ziekteverzekeringen, moet de universiteit in deze gevallen het loon gewoon doorbetalen, en meeste professoren hebben daardoor geen geld om zo’n vrouw te vervangen. Het resultaat: de collega’s doen drie maanden lang dubbel werk. Als onkostenvergoeding krijgt de prof 2000 Euro om een studentassistent aan te stellen. Volgens de “Frauenbeauftragte” (de persoon aan de universiteit die gaat over gelijke kansen voor mannen en vrouwen), moet de prof blij zijn dat hij 2000 Euro krijgt. Ik vroeg of er professoren zijn die voor de zekerheid liever mannen aannemen zodat ze zeker weten dat het onderwijs doorgaat. Zij zei dat ze zich niet kon voorstellen dat professoren zo zouden discrimineren.

Minder onderwijsuren voor de baas
Dezelfde “Frauenbeauftragte” vroeg ons laatst hoe ze jonge werknemers aan de universiteit beter kon helpen bij hun carrière. Ik stelde voor dat het misschien goed zou zijn als deze medewerkers minder onderwijs zouden hoeven geven. Ikzelf hoef geen onderwijs te geven (en geef meestal een uur per week), maar ik zie bij mijn collega’s dat het onderwijs heel veel tijd kost en ten koste gaat van het onderzoek (en dus publicaties en dus carrière). Sommige van de aanweige vrouwen vonden minder onderwijs echter maar een stom idee. “Onderwijs is belangrijk en leuk en we doen het graag” zeiden ze, “maar wat echt zou helpen is als onze baas wat minder onderwijs zou moeten geven, dan hoeven wij hem niet met stomme klusjes te helpen!”.

Ik leer steeds weer nieuwe dingen op deze bizarre vrouwenbijeenkomsten!