Bijna 8 pessimistische jaren geleden betrok Jan Peter Balkenende (JPB) voor het eerst het torentje in Den Haag. Een jaar later mocht hij het opnieuw proberen. En met de oprichting van het innovatieplatform leek de start van Balkenende II zowaar een doelgerichte en positieve periode in te luiden. Volgens JPB vormden wetenschap en innovatie de motor van de Nederlandse economie en daar zou hij werk van gaan maken. Maar toen het innovatieplatform binnen de kortste keren gepolitiseerd werd, en JPB het wederom veels te druk bleek te hebben met kruiwagens vol kikkers die maar bleven springen, ging de Nederlandse kenniseconomie voorgoed op de lange baan. Wat overbleef waren zaken als integratie, veiligheid, de AOW, de hypotheekrente aftrek en de oorlogen in Irak en Afghanistan. Stuk voor stuk urgente zaken maar aan een echt positief plan, een groter doel voor Nederland, heeft het sindsdien ontbroken.

Grootse plannen
Sinds kort heeft Nederland een paar grootse plannen: het binnenslepen van de organisatie voor het WK voetbal en zelfs de Olympische Spelen. Het kost misschien een paar duiten en er zal wel flink wat verlies worden geleden, maar het zijn twee prachtige doelen waar we ons als land eensgezind achter kunnen scharen. Nu is sport hartstikke mooi, en het blijft heerlijk wanneer je in het buitenland gewezen wordt op de Nederlandse schaatsprestaties van de afgelopen Olympische Spelen, of de prestaties van het Nederlands elftal in de jaren 70 en 80. Maar wat weerhoudt Nederland ervan om veel meer bewondering en respect af te dwingen door zich veel serieuzer en grootschaliger bezig te gaan houden met zaken die er echt toe doen? Ik noem het oplossen van problemen gerelateerd aan het klimaat, de dreigende energiecrises en de olie-afhankelijkheid, het ontwikkelen van nieuwe medicijnen en vaccins en allerlei andere belangrijke technologische ontwikkelingen?

Daadkracht
Op de momenten dat het er toe deed heeft Nederland zich eensgezind en daadkrachtig getoond. Sinds de tweede wereldoorlog heeft Nederland zich opgewerkt tot één van de meest welvarende en sociale landen ter wereld, en na de watersnood van 1953 werden de Deltawerken hét symbool van Nederlandse daadkracht. Dat gevoel, die passie om een gezamenlijk doel tot een succesvol einde te brengen moeten we zien terug te vinden en die kans ligt in wetenschap en innovatie. Maar net zoals een groot sportevenement vraagt dat een grote investering waar niet iedereen achter zal staan. Maar anders dan een sportevenement zal het rendement van een investering in wetenschap en innovatie op de lange termijn ongeëvenaard groot zijn.

Wetenschap als kostenpost
Begin december vond de bijeenkomst ‘Vrienden van Wetenschap’ plaats, een initiatief georganiseerd door het innovatieplatform met als doel wetenschap en innovatie hoog op de maatschappelijke en politieke agenda te zetten. Naast een groot aantal academici en ‘captains of industry’ waren ook JPB, Maria van der Hoeven en Ronald Plasterk aanwezig. JPB bleek er zijn hand niet voor om te draaien om een ongericht en inspiratieloze voordracht te houden waarna het woord werd gegeven aan Maria van der Hoeven. Als een godvrezend predikant stak ze haar rechter wijsvinger ten hemel om de aanwezigen erop te wijzen dat wetenschap en innovatie leuke bezigheden zijn maar dat ze voor een financiële impuls toch echt niet bij dit kabinet moesten zijn. De kostenpost wetenschap daar kon zelfs nog wel wat op worden bezuinigd.

Het meest interessante van de dag was de presentatie van een report over hoe de gemiddelde Nederlander denkt over wetenschap. Over het algemeen blijkt er redelijk veel interesse in wetenschap te zijn en denkt 90% van de ondervraagden langer en gezonder te leven als gevolg van nieuwe medische vindingen. 70% vindt dat wetenschappelijk onderzoek bijdraagt aan het oplossen van allerlei problemen en 63% weet te vermelden dat kennis belangrijk is voor economische groei. Ondanks die mooie voordelen wil maar 32% meer geld investeren in wetenschap. Echter nadat men leert wat voor onderzoek er in NL wordt gedaan en tot wat voor mogelijke toepassingen dat kan leiden vindt plots 55% dat er meer geld moet worden geïnvesteerd. Kortom er is genoeg animo voor meer wetenschappelijk onderzoek in NL.

Geen nieuwe normaal
Dik een jaar geleden werd er door politici, waaronder Wouter Bos, verkondigd dat we als land sterker uit de economische crises te voorschijn konden komen. Een nieuwe lente, een nieuwe normaal, een Nederland waar niet de bonusgraai cultuur en xenofobie hoogtij vieren maar een land dat wereldse problemen aanpakt. In september werd zelfs nog unaniem de motie Hamer aangenomen, waarin wordt gesteld dat Nederland op mondiaal niveau in de top 5 moet voorkomen van allerlei lijstjes die met onderwijs, wetenschap en innovatie te maken hebben. Een nobele, maar totaal nietszeggende motie. Al jaren gebeurt er niets, oh nee er gebeurt toch iets: Nederland zakt, door alsmaar uitdijende bezuinigingen op onderwijs en wetenschap, steeds verder en sneller weg uit die zo fel nagestreefde lijstjes.

Ballen

Nederland heeft een regering nodig die wetenschap en innovatie passievol in de samenleving wil en kan neerzetten. Een kabinet dat Nederland weer op de kaart zet door een positief, slim en onderbouwd geluid naar buiten te brengen. Een kabinet met een groots doel waar we ons als land achter kunnen scharen. Een kabinet dat wil bouwen in plaats van alleen maar afbreken. Nederland als wetenschappelijk en innovatief gidsland zou dat doel moeten zijn. Het problematische is dat je voor zo’n beslissing wel ballen nodig hebt.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.