De protesten en petities hebben vruchten afgeworpen en het pleit rond de megastallen lijkt beslecht. Ze komen er niet, althans niet in Brabant. Volgens de media is de huidige maatschappelijke tendens dat ‘veel mensen zich niet prettig voelen bij de intensivering van de veehouderij”. Niet prettig? Dus wat nu? Worden we nu allemaal vegetariër, of protesteren we overdag tegen megastallen en schuiven we dan bij het avondeten gewoon een karbonaadje naar binnen?

Niemand heeft natuurlijk graag een megastal in zijn achtertuin. Een megastal wordt hoogstwaarschijnlijk geen architectonisch hoogstandje en na de recente reeks uitbraken van ziektes gerelateerd aan de intensieve veehouderij ziet niemand zijn peuter nog graag een geitje knuffelen. Echter, het idee om megastallen te bouwen is natuurlijk niet ontsproten aan het brein van een veeboer met grootheidswaanzin. Megastallen zijn ontworpen als één van de mogelijke oplossingen om in de enorme vraag naar vlees te voorzien. De hoeveelheden vlees die momenteel worden geconsumeerd zijn alleen te produceren dankzij de intensieve veehouderij. Deze achterliggende noodzaak tot de megastal wordt in vrijwel alle berichtgeving weggelaten.

Meat the truth

Protest tegen intensieve veehouderij zou dus moeten beginnen bij het drastisch terug schroeven van onze vleesconsumptie. Deze verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de consument, want in het geval van vlees is er geen excuus om naar anderen te wijzen. Je hebt vlees niet nodig, er zijn genoeg alternatieven en alle negatieve gevolgen van de intensieve veehouderij komen dus direct op het bord van de vleeseter. Marianne Thieme maakte in 2008 een film over de schadelijke gevolgen van vlees eten onder de titel ‘Meat the Truth’. Het is een hele waslijst met onder andere het op grote schaal kappen van tropisch regenwoud voor productie van veevoer, het boeren en scheten van koeien waarbij enorme hoeveelheden broeikasgas vrijkomen, het ontstaan van voor de mens bedreigende ziektes, zoals varkenspest of Q koorts, en het immuun raken van bacteriën door overmatig gebruik van antibiotica bij dieren. Veel van deze gevolgen zijn niet heel algemeen bekend. 

Vlees of vliegen?

De voedsel- en landbouw organisatie (FAO) van de VN stelde in 2006 dat de intensieve veehouderij één van de grootste veroorzakers van opwarming van de aarde was. Verhelderend zijn de berekeningen die werden gedaan door het Instituut voor Milieuvraagstukken en die te vinden zijn op de site van ‘Meat the truth’. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat als we met de hele Nederlandse bevolking één dag per week geen vlees eten we de reductiedoelstelling voor CO2 in 2010 nog kunnen halen. En mocht je zonder schuldgevoel met het vliegtuig op vakantie willen, dan kan je de uitgestoten CO2 tijdens je vliegtochtje compenseren door een tijdje geen vlees te eten. Zelf ben ik vooral ontsteld door de hoeveelheid veevoer die nodig is om vlees te produceren en de hoeveelheid land die veevoer in beslag neemt. Voor de productie van 1 kg vlees is namelijk gemiddeld ongeveer 7 kg graan nodig. Van alle graanproductie op de wereld is de helft bestemd voor veevoer. Dit graan, mais of soja, wordt geproduceerd in landen als Brazilië, waar regenwoud in razend tempo wordt gekapt om te worden omgetoverd in landbouwgrond voor veevoer.

Het vlees wordt duur betaald

Vlees eten is dus vreselijk milieuvervuilend, niet duurzaam en ook nog eens niet gezond. Dan zou je toch verwachten dat vlees dan toch op z’n minst heel erg duur zou moeten zijn. Niets is echter minder waar, voor de prijs van een grootverpakking met 10 hamburgers koop je nog geen twee vegetarische burgers. Een oplossing zou kunnen zijn om vlees duurder te maken, liefst omdat het dan gelijk ook op een duurzamere en respectvollere wijze wordt geproduceerd. Als vlees duurder is dwing je mensen om bewuster en respectvoller om te gaan met het eten (en doodmaken) van dieren. Vlees staat vaak dagelijks op het menu uit gewoonte en lijkt een verworven recht van onze welvaart. Echter, dagelijks vlees eten is niet gezond en op de lange termijn niet vol te houden in verband met de belasting die het op onze aarde legt. Het is dus noodzaak de gewoonte om dagelijks vlees op tafel te zetten te veranderen en het verhogen van de prijs van vlees kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Vleesmaal = feestmaal

Tot slot, stel dat we allemaal nog maar één of twee keer per week vlees eten, dan kijk je echt uit naar je ‘vleesdag’. Dat vlees ga je dan ook niet voor de tv weg zitten schrokken, maar daar maak je een feestelijk maal van waarvoor je met zijn allen aan tafel gaat zitten. Komt de sfeer binnen het gezin ook weer ten goede. Minder vlees eten is dus niet erg of eng. Sterker nog, het zal zorgen voor een gezonder en gezelliger leven. Toevallig is het milieu er dan ook nog eens bij gebaat!

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.