Mitochondriaal DNA wordt in het forensisch onderzoek vooral gebruikt bij verwantschapsonderzoek. Recent onderzoek laat zien dat er haken en ogen zitten aan het gebruik van mitochondriaal DNA vooral als het uit verschillende weefsels is geïsoleerd.

Mitochondriën fungeren als energiecentrales in onze cellen. Ze zijn ooit ontstaan uit een primitieve bacterie die min of meer is opgegaan in een andere cel. Als gevolg daarvan hebben mitochondriën een eigen celmembraan (die de rest van de cel beschermt tegen de nogal heftige bijproducten van de energieproductie) en hun eigen kleine stukje DNA. Dit mitochondriaal DNA (of mtDNA) wordt onveranderd via de moeder overgeërfd. Rare jongens die mitochondriën, een beetje energie leveren aan de cel en dan ook nog je eigen kleine stukje DNA erop na houden. En dan niet keurig twee kopieën zoals geldt voor het meeste DNA in onze cellen, nee een stuk of 5 tot 10 kopieën per mitochondrium en dat terwijl een cel ook al ruwweg tussen de 50 en 100 mitochondriën bevat. Per cel kunnen er dus meer dan 1000 kopieen van het mtDNA aanwezig zijn. Deze grote hoeveelheid en het feit dat mtDNA beter bestand is tegen afbraak dan DNA uit de celkern, maakt dat mtDNA soms gebruikt wordt voor forensisch onderzoek vooral als er weinig celmateriaal op de plaats delict wordt gevonden.

In een nature artikel van vorige week laat een Amerikaanse onderzoeksgroep zien dat niet al het mtDNA van één persoon gelijk is. Met een heel gevoelige methode (voor de liefhebber; high throughput sequencing) kan worden aangetoond dat een klein deel van het mtDNA variaties bevat. Belangrijker is dat de frequentie van deze variaties per weefsel nogal verschilt. Dit laatste is voor forensisch onderzoek van belang vooral als verschillende weefsels worden gebruikt om een match aan te tonen. Nu wordt de soep niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend; mtDNA wordt zoals eerder genoemd vooral gebruikt voor verwantschapsonderzoek, bij misdaden dient mtDNA vooral als ondersteunend bewijs; het wordt bijvoorbeeld niet opgeslagen in DNA databases. Overigens hebben de onderzoekers ook onderzoek gedaan naar het mtDNA van een bepaalde type kanker, ook hier werden variaties gevonden. Door afsterven van kankercellen komt het mtDNA ook terecht in het bloedplasma en kan het wellicht worden gebruikt als gevoelige methode om kanker in een vroeg stadium aan te tonen.