Willem_Alexander_in_de_shitArme Willem Alexander. Eerst al die ophef over zijn villa in Mozambique, toen over zijn ranch in Argentinië, en nu is het voorpaginanieuws dat zijn dochtertje onterecht toestemming kreeg van de leerplichtambtenaar om mee te gaan naar de Olympische Spelen. En dan ook nog een moeder die maar niet aftreedt.

En dit alles terwijl onze kroonprins het beste voorheeft met de volksgezondheid. ‘Willem Alexander op de bres voor wc’s’ en ‘kroonprins tegen Afrika: ‘Hef taboe poep op’’ kopten NRC en Elsevier afgelopen jaar. Er wordt vaak lachwekkend over gedaan. Als het niet door de media zelf is, blijkt dit wel uit de reacties van lezers op deze artikelen. Maar feit is dat er nog steeds 2,6 miljard mensen zijn zonder wc, en dat dit jaarlijks leidt tot 2 miljoen kinderen die sterven aan ziekten die gerelateerd zijn aan dit sanitaire gebrek.

Niet voor niets stond het toilet op een trotse derde plek in de beta canon. Dankzij dit kleine kamertje dat bij ons als vanzelfsprekend wordt beschouwd, is onze leeftijdverwachting flink toegenomen sinds de 19e eeuw – toen cholera-epidemieën in Amsterdam nog duizenden levens eisten. Maar er is nog een reden waarom de oproep van onze toekomstige koning om het taboe op poep op te heffen mij zo aanspreekt. De inhoud van onze darmen!

Een volwassen mens draagt gemiddeld 2 kilogram aan bacteriën met zich mee. Onlosmakelijk zijn wij met deze commensalen verbonden: Zowel ons spijsverteringskanaal als deze beestjes zijn geëvolueerd in elkaars aanwezigheid. Het kan niet anders dat onze intieme relatie met deze bacteriën zinvol is. En inderdaad, ze helpen ons met het verteren van voedsel, met de productie van vitaminen en zorgen ervoor dat er geen ruimte is voor ziekteverwekkers. Dus bacteriën en parasieten kunnen je ziek maken, maar we hebben ze ook nodig.

Andersom geredeneerd, als er iets misgaat met de darmflora kan dit ernstige problemen veroorzaken. In 1989 formuleerde de Britse arts David Strachan de hygiene hypothesis. Destijds voorgesteld als een causaal verband tussen de hygiëne ( lees: afname van het contact met micro-organismen) in de Westerse Wereld en toename van auto-immuunziekten en allergieën.

Twintig jaar later weten we dat als de interactie tussen bacteriën in de darm en het immuunsysteem verstoord is – hetzij door genetische factoren, dieet, of de samenstelling van de bacteriepopulatie – dit gerelateerd kan zijn aan een verhoogde kans op auto-immuunziekten zoals de ziekte van Crohn.

In de VS krijgen kleine groepen patiënten met de ziekte van Crohn al medicinaal parasieten toegediend om zo het immunologisch evenwicht in de darm weer te herstellen. Maar gesleutel aan de darmflora kan ook wel eens verkeerd uitpakken. In Nederland vielen er in 2008 doden bij een trial nadat zij in het UMC behandeld waren met probiotica. Artsen in het AMC in Amsterdam hebben gekozen voor een andere aanpak. Zij hebben voor het eerst met een randomized double-blind placebo trial aangetoond dat je ook op een andere – eigenlijk zeer voor de hand liggende – methode de darmflora kunt herstellen. Patiënten die ernstige darmklachten hebben door infectie met de bacterie Clostridium difficile kunnen worden geholpen met een faeces transplantatie. Hierbij krijgt de patiënt uitwerpselen van een gezonde donor toegediend.

Eigenlijk toch zonde, dat we dat allemaal door de wc spoelen.