De laatste tijd hebben wetenschappers het zwaar te verduren. Er wordt vaak met wantrouwen gepraat over de ‘gevestigde wetenschap’. Sceptisch zijn over de wetenschap is natuurlijk goed, zeker omdat de wetenschap tenslotte zelf ook bestaat uit het kritisch testen van theorieën. Maar het is wel belangrijk om wetenschappelijke statements te beoordelen met dezelfde nuanceringen als waarmee ze in eerste instantie gemaakt zijn in de oorspronkelijke wetenschappelijke publicaties.

peer-review
Het doen van een wetenschappelijke uitspraak, daarmee bedoel ik een wetenschappelijk artikel publiceren en niet een wetenschapper die een uitspraak doet, is een grondig en langdurig proces. Een artikel wordt door de auteurs eindeloos gepolijst en de grootste doodzonde binnen de wetenschap is om een foute conclusie te publiceren. Elke auteur zal dus zijn uiterste best doen om dit te voorkomen. Het betreffende artikel wordt gestuurd naar een vaktijdschrift. Voordat het geaccepteerd wordt, controleren meestal 2 á 3 anonieme experts, zogeheten referees, het artikel op kwaliteit en op originaliteit. In geval van een controversieel artikel kan het tot wel een tiental referees oplopen. Dit is het veel beproefde peer-review proces wat gebleken heeft goed te werken. Natuurlijk is het nooit 100% waterdicht tegen verkeerde informatie, maar dit is wel het streven. Wetende dat er duizenden wetenschappelijke artikelen per dag geschreven worden en die allemaal ge-peer-reviewed moeten worden kan het gebeuren dat er zo nu en dan een foutje doorglipt, zeker als het maar een bijzaak in een artikel is.

Het is ook waar dat in dit systeem een controversiële mening moeilijker zal zijn om te publiceren dan een gevestigd denkbeeld omdat het overtuigen van de referees moeilijker is. Maar juist dit systeem stimuleert wetenschappers om controversiële ideeën goed te onderbouwen en als dit het geval is zal het zeker gepubliceerd worden. Op dit moment leeft er bijvoorbeeld in de natuurkunde een nieuw idee dat de zwaartekracht geen fundamentele kracht is. Dit is zeker een controversieel idee, maar het is goed onderbouwd en daarom wordt het ook door de gevestigde wetenschap serieus genomen.

nuanceringen
In de discussie over klimaatopwarming komen de uitspraken “het klimaat warmt op” en “het klimaat warmt de laatste 10 jaar niet op” vaak voor bij de voor- en tegenstanders van de klimaatopwarming theorieën. Maar beide uitspraken zijn erg ongenuanceerd en doen ongelooflijk af aan de zorgvuldigheid van het oorspronkelijke onderzoek waarmee dit uitgevoerd en gepubliceerd is. Het zou wetenschappelijker zijn om beide uitspraken altijd te voorzien van een nuancering over de waarschijnlijkheid van de uitspraak, over hoeveel bijvoorbeeld het klimaat al dan niet precies opwarmt en het belangrijkste: wat de foutmarges op deze cijfers zijn. Het gebruik van foutmarges doen we in het dagelijks leven ook: als je om 11:00 afspreekt doet niemand moeilijk als je 20 seconden te laat bent, bij 20 minuten te laat weer wel. Dus bij de afspraak: “zullen we om 11 uur afspreken?” zit impliciet een foutmarge van een paar minuten. Juist de foutmarges op wetenschappelijke cijfers verschijnen erg weinig in media, maar ze zijn in de wetenschap net zo belangrijk als de waarde zelf omdat ze een betrouwbaarheid van een voorspelling aangeven. In de oorspronkelijke wetenschappelijke publicaties worden deze nuanceringen en foutmarges wel genoemd, maar bij de vertaalslag naar het grote publiek verdwijnt er vaak erg veel van. Logisch, want de technische vakliteratuur is teveel en moet voor een groter publiek leesbaarder gemaakt worden. Het zijn die eindeloze kanttekeningen die wetenschappelijke literatuur onleesbaar maken. Maar het zijn ook juist die kanttekeningen die het wetenschappelijk onderbouwen en dus niet genegeerd mogen worden.

elevator pitches’
Het verlangen van het grote publiek om wetenschappelijk onderzoek terug te brengen tot ‘elevator pitches’ en hapklare conclusies stimuleert media en ook sommige wetenschappers om ongenuanceerde uitspraken te maken. Een simpele conclusie van een gecompliceerd onderzoek is een begrijpbaar verlangen: we willen tenslotte weten wat er uit de investeringen van ons belastinggeld is gekomen en bijvoorbeeld in het geval van klimaatopwarming of ons gedrag daar nou wel of niet invloed op heeft. Maar erg vaak is de conclusie van een wetenschappelijk onderzoek gewoon niet in één zin te vatten: alle wetenschap, hoe exact deze ook is, vereist een referentiekader. Zelfs de wetten van Newton en Einstein zijn niks waard zonder te beschrijven in welke context ze gebruikt kunnen worden. En als een wetenschappelijk onderwerp zo’n belangrijke rol speelt in een maatschappelijk probleem als klimaatopwarming is het van belang dat de wetenschappelijke uitspraken door de media niet ontdaan worden van de bijbehorende nuanceringen.

Ter informatie: dit stuk is ge-peer-reviewed.

Dit stuk verscheen ook op de Volkskrant site