Het sperma van de man in een stabiele relatie heeft het relatief makkelijk. Eenmaal binnen kan het zich op het dooie gemak richting eicel begeven. Geen haast, want geen competitie. Hoe anders is dat voor het sperma van een man die zijn vrouw moet delen met vele andere mannen. Binnenkomen is niet zijn enige zorg. Daarna moet het ook nog eens zo snel mogelijk bij de eicel terecht komen. Om er maar voor te zorgen dat het de eicel bevrucht voor de competitie een kans krijgt.

Die competitie heeft ertoe geleid dat sperma samenwerkingsverbanden aangaat. In groepjes zwemt sperma sneller en dus vormen spermacellen treintjes om samen zo snel mogelijk bij de eicel te komen. Nu is de voorspelling natuurlijk dat sperma alleen maar treintjes vormt met sperma van dezelfde man. En daarvoor is onlangs het bewijs geleverd in het tijdschrift Nature.

Als sperma van de ene promiscue muizensoort in een schaaltje wordt gemengd met het sperma van de andere promiscue muizensoort, dan bestaat driekwart van de treintjes uit sperma van dezelfde muizensoort. Kennelijk weet sperma van een bepaalde soort elkaar te vinden en worden er alleen treintjes gevormd met ‘eigen’ sperma. Samen zwemmen ze dan sneller richting eicel. Omdat uiteindelijk maar één spermacel de eicel kan bevruchten, betekent dit dat alle spermacellen behalve één in het treintje zich opofferen voor de soort. Dat beeld wordt nog eens versterkt door het feit dat vele spermacellen in de trein de reactie in gang zetten die normaliter gebruikt wordt om de eicel binnen te dringen. Dat genereert snelheid maar betekent tegelijkertijd dat deze spermacellen nooit meer de eicel kunnen bevruchten. Alles voor de soort. Zo onzelfzuchtig.

Interessante bijkomstigheid is dat in de promiscue muizensoorten ook onderscheid wordt gemaakt tussen de spermacellen van verschilende mannetjes van dezelfde soort. Als het sperma van twee mannetjes van dezelfde soort in een schaaltje wordt gemengd worden er weer voornamelijk treintjes gevormd van sperma van dezelfde soort (lees: dezelfde man). Dit is niet het geval in een muizensoort die monogaam is en waarin een mengsel van spermacellen dus normaliter niet voorkomt. Niet gewend aan competitie vormen de verschillende spermacellen wel treintjes maar zij maken geen onderscheid tussen zelf en niet-zelf.