Terwijl iedereen zich druk maakt over de stijging van de zeespiegel daalt de bodem in deltagebieden drastisch. Een recente studie in het wetenschappelijke blad Nature laat zien dat in de meeste deltagebieden de bodem sneller zakt dan de zeespiegel stijgt.

Stijgende zeespiegel en verhoogde rivierafvoeren zijn de gevolgen van klimaatverandering die de meeste aanpassingen vragen. Dijken moeten worden verhoogd en ruimte voor wateropslag moet worden aangewezen. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor alle deltagebieden in de wereld. Vooral in minder ontwikkelde landen ontbreekt het geld om de bevolking te beschermen tegen overstromingen. Dit probleem is onlangs tijdens de klimaattop in Kopenhagen hoog op de agenda geplaatst en resulteerde in de toezegging van rijkere landen om geld te reserveren voor benodigde aanpassingen in armere landen. De noodzaak  hiervoor is groot, maar niet alleen omdat die landen te maken hebben met een stijgende zeespiegel. Door bodemdaling komen grote delen van het land nog lager te liggen. Naast dat dit de kans op overstromingen verhoogt, worden ook de gevolgen van een overstroming erger. Ook zonder zeespiegelstijging is dit geld dus keihard nodig.

Extreme risicogebieden

Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal de zeespiegel tot 2070 met 44 cm stijgen. De bodem daalt in veel gebieden minimaal 1 cm per jaar. Het Nature artikel wijst elf deltagebieden als extreme risicogebieden aan, omdat hier bijzonder snelle inklinking plaatsvindt. Zo is bijvoorbeeld de Po-delta in Italië de vorige eeuw 3.7 meter gezakt door de winning van methaangas en zakt een stad als Jakarta rond de 8 centimeter per jaar door winning van grondwater op grote diepte. De bodemdaling is dus momenteel op veel plaatsen groter dan de zeespiegelstijging.  

Inklinking

Hoe komt het dat de bodem daalt? Menselijke invloeden, zoals drainage en winning van drinkwater en aardgas, vormen de grootste oorzaak. Deze factoren leiden tot inklinking van de bodem. Zo is de bodem van de landbouwgronden van de Flevopolder dertig jaar na de drooglegging al bijna anderhalve meter gedaald door inklinking van klei. In gebieden waar de grond voornamelijk uit veen bestaat, zoals bijvoorbeeld ten noorden van Amsterdam, leidt het omlaag brengen van het waterpeil tot het verdwijnen van het veenpakket. Veen dat niet meer onder water staat komt in aanraking met zuurstof waardoor het wordt afgebroken. Als gevolg hiervan zakt de bodem en moet het waterpeil opnieuw omlaag worden gebracht om droge voeten te houden, waardoor het resterende veen wederom langzaam verdwijnt.

Opslibbing

Naast de inklinking van de bodem vindt in deltagebieden opslibbing van de bodem nauwelijks meer plaats. In de meeste delta’s zijn immers de rivieren en de zee, die het sediment meenemen en op het land neerleggen, volledig buitengesloten door dammen en dijken. Volgens het artikel in Nature zijn er slechts vijf deltagebieden (van de 33 bekeken delta’s) die voldoende opslibbing door rivieren hebben om de zeespiegelstijging te kunnen compenseren.

Voelbare gevolgen

Is bodemdaling nu een probleem? In de afgelopen tien jaar heeft 85% van de onderzochte deltagebieden te kampen gehad met zware overstromingen. De schatting van de onderzoekers is dat met het huidige scenario voor zeespiegelstijging en een zich voortzettende bodemdaling het aantal overstromingen in deze eeuw nog met 50% zal toenemen. Hoewel wij in ons rijke Nederland kunnen anticiperen op zowel zeespiegelstijging als bodemdaling, worden de risico’s van wonen in delta’s voor mensen in arme landen steeds groter.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.