Vrijdag 22 Januari 2020,

En zo, beste leden van de wetenschappelijke raad, komen we in deze jaarvergadering bij de resultaten. Dit jaar kenmerkte zich niet alleen door 37 wetenschappelijke publicaties maar ook robuuste royalty’s inkomsten op onze uitvindingen maar ook door gelijk gebleven CO2 uitstoot van onze laboratoria. We hadden uitzonderlijk goede media optredens: onze CEO heeft als forum voorzitter gefungeerd op het ministerie en zat in de jury van de wetenschapsquiz. Verder zijn we een opleidingsinstituut site in La Paz gestart. Al deze resultaten zijn gewogen en geauditeerd door onze “quality-assurance” afdeling. Onze ratio is 3.13 en hoger dan de door onze geldschieters vereiste 2.5.

Is de vorige alinea je reinste quatsch? Misschien, maar een recente ontwikkeling binnen het traceren, documenteren en waarderen van wetenschappelijke voortgang zou misschien als voorbode gezien kunnen worden. Terug naar 2010.

Publish or Perish

In de wetenschap is het gebruikelijk om je resultaten in de vorm van een artikel te publiceren. Door middel van het publiceren van je hypothese, resultaten en conclusies maak je je eigen wetenschappelijke handelen openbaar. Je werk wordt door collega’s (lees concurrenten) uit jouw onderzoeksveld beoordeeld. De impact van je artikel wordt mede bepaald door het tijdschrift/boek waarin je publiceert. Hoe hoger de zogenaamde impactfactor van het tijdschrift, hoe toonaangevender. Namen als Nature, New England Journal of Medicine en Science zien we dagelijks in de krant staan.

Uit dit systeem volgt dat bij het aanvragen van geld voor onderzoek, er voornamelijk door de geldschieters gekeken wordt naar de publicaties van een wetenschapper in het verleden. Het is voor de continuering van je werk dus belangrijk dat je je werk openbaar maakt: “Publish or Perish”. Los van het feit dat als je een briljant idee hebt en geen publicaties je kansloos bent, is er nog een reden waarom het scheef loopt.

Een klinisch toponderzoeker op het gebied van Alzheimer zal namelijk publiceren in tijdschriften met een hogere impact dan een toponderzoeker die de online database van met uitsterven bedreigde vissen vult met informatie. Beide doen cruciaal onderzoek, maar de eerste zal makkelijker aan onderzoeksgeld komen dan de tweede, simpel omdat zijn werk meer gelezen en dus beter opgemerkt wordt. Om o.a. deze ongelijkheid het hoofd te kunnen bieden en vooral duidelijkheid te scheppen is er een nieuw identificatie systeem voorgesteld.

Het Open Researcher and Contributor ID (ORCID) is een uniek nummer dat gekoppeld wordt aan een auteur dat het mogelijk maakt om alle ‘output’ van een wetenschapper terug te leiden, zoals die dataset met bedreigde vissen. Het zal ook veel voorkomende misverstanden op basis van foutief geschreven/geciteerde namen tegen gaan (vooral bij Aziatische namen). Daarnaast kunnen met ORCID bijdrages van wetenschappers die niet gelieerd zijn aan publicaties worden getraceerd. Men kan ook denken aan meewerking aan het maken van voorlichtingsmateriaal van de overheid, posts op wetenschappelijke blogs en het meeschrijven aan een wiki-pagina.

Vooraanstaande Instituten

Wat dit nieuwe initiatief een goede kans van slagen geeft én extra cachet is dat 23 grote en vooraanstaande organisaties zich achter dit initiatief hebben geschaard: uitgevers, software ontwikkelaars, universiteiten en gerenommeerde onderzoeksinstituten waaronder Thomson Reuters, Nature Publishing, Group, Elsevier, Springer, the British Library and the Wellcome Trust. Deze betrokkenheid zorgt waarschijnlijk voor de noodzakelijke kritische massa en een vliegende start. ORCID is op dit moment nog in de concept fase en moet in de komende maanden in een werkend systeem worden gegoten. Cruciaal voor het praktisch slagen is niet alleen dat een zo groot mogelijke groep van organisaties zich bij deze nieuwe indicering aansluit maar vooral zij die in de keten van publicatie-financiering-benoeming zitten denk bijvoorbeeld aan het NWO of de Europese Unie.

Verder is wezenlijk dat het systeem grondig getest en beveiligd wordt met het oog op fraude en de privacy. Want het centraal opslaan en registreren van persoonlijke gegevens roept vragen op vergelijkbaar met het elektronische patiënten dossier. Hoeveel controle krijgt de auteur over zijn nummer? En hoe groot wordt de macht van de uitgevers?

Multi-dimensionaal

Los van de uitdagingen die het ORCID nog te wachten staan, is het streven om de wetenschappelijke relevantie zo eerlijk mogelijk te beoordelen een goede zaak. En zo kan o.a. beter duidelijk gemaakt worden (aan de belastingbetaler bv) wat de output en impact van de wetenschap is. Van een ééndimensionaal naar een multi-dimensionaal waarderingssysteem. En wie weet, misschien is zo’n systeem ook iets voor banken of de petrochemische industrie?

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.