beachOp de ochtend van 5 januari kwam ik aan op Mallorca waar ik voor tien
dagen een appartementje heb gehuurd, lekker goedkoop in het laagseizoen. Ik pak mijn spullen uit, doe een paar boodschappen, zet een kopje koffie. Dan kan het werk beginnen. Tien dagen voor de wetenschap. Ver van alle afleiding en ver van de Noord-Europese sneeuw.

Ik zet mijn computer aan. Nu kan ik eindelijk het idee uitproberen dat ik kort voor het kerstdiner had maar dat toen natuurlijk even geen prioriteit had. De computer is mijn laboratorium en computer programma’s zijn mijn proeven, dus ik kan mijn werk doen waar ik wil. De eerste twee dagen op Mallorca besteed ik aan programmeren. In de pauzes, bij het joggen, koken of douchen schieten allerlei ideeën door mijn hoofd. Ik bekijk formules en modellen van alle kanten en denk scenario’s door. Meer dan ooit ben ik het met Einstein eens dat verbeeldingskracht (imagination) belangrijker is dan kennis.

Het kerstdineridee lijkt te werken. Ik heb een nieuwe manier heb gevonden om te bepalen of twee populaties (van dieren of planten) genetisch van elkaar gescheiden zijn. Dat is belangrijk voor allerlei vragen in de evolutiebiologie, maar ook voor medisch genetische vragen. Het duidelijkst is het nut voor natuurbeschermers: zij willen bijvoorbeeld weten of en hoevaak populaties van gorilla’s genetisch materiaal uitwisselen doordat individuen uit de twee populaties met elkaar paren.

Op de derde dag van mijn verblijf in Spanje wil ik plotseling schrijven. De computer gaat uit, want schrijven doe ik met de hand. Schrijven betekent voor mij het ordenen van gedachten. Kijken of mijn redeneringen sluitend zijn. Of er een verhaal uit komt. En dat gaat het beste met veel papier, gekleurde pennen en een grote tafel. Een paar uur later heb ik een eerste, erg ruwe versie, van een kort artikel. En een lange ‘to-do’ lijst voor de komende dagen.

Dag 4 en 5 gaan op aan schrijven, lezen en nog meer programmeren. Het blijkt ook op Mallorca te kunnen sneeuwen, maar het werk gaat vooruit. Mijn humeur gaat heen en weer van euforisch (Het lukt! Schrijven is leuk! De wereld van de evolutiebiologie zal versteld staan van mijn briljante ideeën!) naar wanhopig (Het lukt helemaal niet! Mijn nieuwe idee levert tig nieuwe problemen op. En er zit nog een bug in mijn programma, waarom heb ik nooit behoorlijk leren programmeren?) en weer terug. Op dag 6 is het artikel weliswaar niet af, maar af genoeg om het naar een kritische collega te sturen voor commentaar. De rest van de dag neem ik vrij om van het mooie weer te genieten.

Op dag 7 ontdek ik dat mijn “nieuwe manier” niet nieuw is. Het artikel kan dus grotendeels de prullenbak in. Jammer! Maar nu kan ik de nieuwe methode wel toepassen op de mieren waaraan ik eigenlijk werk. Op dag 8, 9 en 10 wil ik een artikel schrijven over hoe verschillend Amerikaanse mieren populaties zijn.

Kan ik dit werk niet gewoon thuis in München doen? Wel natuurlijk. Maar niet zo snel en misschien ook minder degelijk. Meestal heb ik mijn mond vol over hoe belangrijk het is met anderen te communiceren, maar soms is eenzaamheid de beste manier om resultaten te boeken. Darwin had het wat dat betreft wel goed voor elkaar, denk ik. Hij werkte alleen, in zijn landhuis, maar kon per brief met veel collega’s communiceren. E.O. Wilson schrijft in zijn autobiografie (Van mieren bezeten) dat hij zijn belangrijkste ideeën te danken heeft aan lange, saaie treinreizen door Amerika, die hij maakte omdat zijn vrouw niet wilde dat hij vloog. En Motoo Kimura, de bedenker van een van de belangrijkste theorieën in de evolutiebiologie, de neutrale theorie, schreef zijn eerste belangrijke paper tijdens de twee weken die hij op de boot zat van Japan naar Amerika. Overigens ging Kimura naar Amerika in de hoop daar (als onderzoeker) minder eenzaam te zijn. In Japan was er namelijk niemand die zijn werk begreep.

Ik heb nog drie dagen eenzaamheid over voordat in München het normale leven weer begint. Drie dagen van nadenken en schrijven en wandelen langs het strand. Heerlijk! Ik zou dit ieder jaar een keer moeten doen. En nu ga ik even naar Facebook. Om mijn vrienden te vertellen hoe fijn het is om alleen te zijn.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite.