Ook dit jaar schrijven we over de beste, leukste en meest opvallende ontdekkingen, gebeurtenissen en andere toevalligheden die het nieuws net wel of helemaal niet haalden in 2009. Veel lees plezier en de auteurs van sciencepalooza wensen alle lezers een fantastisch 2010!

1. Zou ik deze titel voor een Volkskrant blog gekozen hebben, dan zou ik zeker twintig reacties krijgen over mijn slechte beheersing van de Nederlandse taal. Mijn eye-opener nummer 1. is dan ook dat de reacties op de Volkskrant site vaak erg negatief zijn – veel negatiever dan ik verwacht had, en bovendien op de persoon of op taalgebruik gericht. Ik vind het naar zulke reacties te krijgen, maar ik vrees dat het erbij hoort. Nog erger vind ik dat er blijkbaar zoveel mensen zijn die diep pessimistisch zijn en geen vertrouwen hebben in politiek, wetenschap, journalisme of bedrijven. Hier een paar voorbeelden van de negatieve reacties:

Over de overheid en het klimaat: “alleen maar een manier is om de burger geld afhandig te maken”

Over inenten: “Vaccinatie is het grootste bedrog op medisch gebied .”

Over een artikel: Deze als “wetenschappelijk” “opinie”-artikel vermomde propaganda is een ten hemel schreiende schande.

en over mij: “Hoor nu toch zo’n Pleuni Pennings. Allereerst het taalgebruik: ‘Er écht voor gaan (go for it), inhoudsloos Veronica-geblaat)’ ‘een mix van’; ze bedoelt ‘een mengeling van’, maar Engels klinkt natuurlijk beter.”

DB3

2. Mijn tweede eye-opener van dit jaar is dat we tegenwoordig niet meer één genoomsequentie per soort hebben, maar soms al veel meer – en dat gaat mijn werk drastisch veranderen. Het is lastig zonder veel jargon uit te leggen waar het om gaat. Ik werk vaak met genoomfragmenten en ben er aan gewend dat we altijd informatie missen, we kijken naar stukjes van chromosomen en proberen de rest in te vullen. Toen een californische prof zei dat ze alleen door te kijken naar de sequenties een nucleotide hadden gevonden die (mede) verantwoordelijk is voor een aanpassing aan een grondsoort, geloofde ik het in eerste instantie niet. Reflexmatig antwoorde ik: “dat kan je toch niet weten! Misschien zit er verderop op het chromosoom nog iets, en is deze nucleotide gelinkt aan dat iets verderop?” Hij had er duidelijk plezier in mij uit te leggen dat hij verderop op het chromosoom ook alles gesequenced had, in een stuk of 80 individuen! Ik moet echt opnieuw leren denken over sequentie-data!

DB3

3. Nummer drie: EU aanvragen zijn best te doen. Voor wetenschappers is het schrijven van subsidie aanvragen een belangrijk deel van hun werk. En EU aanvragen staan bekend als bijzonder moeilijk. Er wordt zelfs gezegd dat je alleen een kans maakt als je een professional inhuurd om te helpen bij het schrijven. Ik had dit jaar aan twee EU aanvragen meegewerkt en twee keer subsidie gekregen. Dat viel dus reuze mee! Een van de aanvragen was voor een “Researcher’s Night” in München, zoals Discovery in Amsterdam. Twee studenten wilden wel een aanvraag schrijven aan de EU en het evenement organiseren. Het zou wel op mijn naam staan omdat ik aan de universiteit werk, maar wat mij betreft mochten zij verder alles zelf doen en beslissen. In de aanvraag schreven ze: “Pleuni Pennings stelt officieel deze aanvraag maar wij zijn het organisatie team en wij hebben deze aanvraag geschreven.” Ik vroeg me af of dat slim was, om zó eerlijk te zijn in een aanvraag. Maar het werkte. De reviewers schreven zelfs nog expliciet in de feedback dat ze het leuk vonden dat studenten de aanvraag schreven en dat ik alleen zou helpen.

Korte tijd later schreef ik trouwens een EU aanvraag met professoren van Groningen, Uppsala, Harvard en München. Zij vonden eerlijkheid niet zo’n goed idee en wilde liever in de aanvraag de namen van de jonge vrouwen die het werk hadden gedaan weglaten, om meer professoren in de aanvraag te kunnen stoppen. Gelukkig heb ik daar het gevecht gewonnen!

DB3

4. Mijn eye-opener nummer 4 had ik eigenlijk al in het begin van 2009, maar werd later in het jaar nog een keer bevestigd. Ik ontdekte dat interdisciplinair werken echt moeilijk is! Ik wil graag interdisciplinair werken. Niets extreems. Gewoon virologie en evolutiebiologie mengen. Zoals velen voor mij ook hebben gedaan (bijvoorbeeld Tim in zijn promotie-onderzoek). Maar het blijkt echt lastig om te praten met mensen die van de “virus-kant” komen. Zelfs als ze aan evolutie werken. Ze hebben namelijk andere woorden voor het zelfde of dezelfde woorden hebben een andere betekenis. Zo raakte ik laatst in een bizarre discussie of iets wel of niet evolutie is. Op mijn to-do lijstje voor 2010: leren praten met virologen, artsen en andere mensen die meer over HIV weten dan ik.

DB3

5. Is ongezond eten net zo verslavend als roken? Ik ben er inmiddels van overtuigd dat het voor sommige mensen net zo moeilijk is te stoppen met zoetigheid als te stoppen met roken. Misschien nog wel moeilijker. Roken mag tenslotte niet overal, kinderen mogen geen sigaretten kopen, en sigaretten zijn duur. Met zoete of zoute snacks is het anders: snacks zijn overal te koop, ook voor kinderen en goedkoper dan ander eten. Bij mij op mijn werk gaat de mensa om een uur of drie dicht. Als ik daarna nog iets te eten wil kopen is er alleen een mars-automaat – maar in de verste verte geen sigaretten automaat te vinden, want kapotte longen wil de universiteit (terecht) niet op haar geweten hebben

De eye-opener kwam door een artikel (Ifland 2009) waarvoor wetenschappers mensen hadden geinterviewd over hun eetgedrag. Het ging om mensen met een ernstig eetprobleem, en het werd duidelijk dat deze mensen zich gedragen zoals verslaafden zich gedragen. Ze willen stoppen met eten, maar het lukt niet. Ze eten stiekum of ze bedenken smoesjes om te eten. Ze missen afspraken omdat ze teveel gegeten hebben. Hun leven draait om eten. En het gaat nooit om wortels of appels!

Nadat ik dat artikel had gelezen keek ik met andere ogen naar mijn lokale treinstation. Tussen de ingang en de treinen zijn er tig winkeltjes waar je pizza, taart, patat, frisdrank etc kan kopen. Als dit soort eten echt verslavend is, in ieder geval levert het gezondheidsproblemen op, waarom staan we dan toe dat het overal zo makkelijk en zo goedkoop te krijgen is?