3FM-dj Giel Beelen riep afgelopen dinsdag uit tot (proef-)dierendag. Aanleiding was het rapport ‘Zo doende‘, dat voor 2008 een overschot van bijna een half miljoen proefdieren laat zien. Deze dieren gedood zonder ooit ingezet te zijn in dierproeven. Beelen en zijn gasten waren verontwaardigd, en verweten de proefdierindustrie onzorgvuldigheid. Deze beschuldiging is onterecht, en doet tekort aan het zorgvuldige proefdierbeleid van de afgelopen jaren. Het overschot is een direct gevolg van onderzoekers die streven naar een efficiënte proefopzet, waarbij minder dieren nodig zijn. Bovendien wint het gebruik van dieren met een lagere aaibaarheidsfactor aan populariteit.

Sinds 1977 zorgt de Wet op Dierproeven voor regulering van het gebruik van dieren voor wetenschappelijk onderzoek en het testen van medicijnen. Deze wet regelt dat iedereen met een proefdiercertificaat werkt volgens de 3 V’s: vervanging, vermindering, en verfijning. Het aantal dierproeven is daardoor is met meer dan 60% afgenomen, en het testen van cosmetische producten op dieren is verboden.  Aan de andere kant hebben proefdierfokbedrijven hun productie niet drastisch verminderd, voornamelijk omdat het in stand houden van lijnen of families met specifieke eigenschappen soms grote populaties vereist, of omdat voor sommige onderzoeken (bijvoorbeeld aan prostaatkanker) slechts één geslacht nodig is. Zielig, schreeuwen de belangenorganisaties – Proefdiervrij voorop. Work in progress, zeg ik. Zoals het rapport beschrijft, heeft de prioriteit de afgelopen jaren gelegen bij het terugdringen van het aantal dierproeven. Nu wordt het tijd om vraag en aanbod van proefdieren beter op elkaar af te stemmen.

Wanneer het over proefdieren gaat, denken we in de eerste plaats aan muizen en ratten. Dat is logisch, want deze worden het vaakst ingezet. Aan de andere kant wordt het gebruik van zebravis (stokpaardje van Plasterk) en fruitvlieg steeds populairder. Deze bezitten een groot aantal genen dat sterk overeenkomt met dat van de mens. Daarnaast zijn ze minder ‘aaibaar’ dan muizen of ratten (fruitvliegen vallen officieel niet eens onder de Wet op Proefdieren). Voeg daarbij het korte voortplantingstraject en de kleine benodigde ruimte en de voordelen zijn duidelijk. Hoewel het gebruik van zebravisjes en fruitvliegjes nu slechts een deel van het overschot verklaren, gaan deze modeldieren waarschijnlijk steeds belangrijker worden. Zouden onze dierenvrienden daarmee ook zo’n moeite hebben?

Columnist Joep van Deutekom bekeek de zaak als een van de weinigen van een positieve kant. “Het is goed,” aldus van Deutekom, “dat een half miljoen dieren niet is ingespoten met kankerverwekkende stofjes.” Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. Het rapport laat niet zien dat de proefdierenindustrie onzorgvuldig omspringt met zijn dieren, maar juist dat jarenlang gericht beleid voor het proefdiergebruik zijn vruchten afwerpt. Het is een prachtig resultaat, dat overschot aan proefdieren. Miisschien kunnen we ze wel kwijt bij dierenwinkels, alwaar kleine, lieve kinderen tegen geringe prijs een nieuw huisdier  zonder enge gezwellen of groene kleur kunnen krijgen.