De geschiedenis van de antibiotica in een notendop: ik had het zelf graag beter verwoord, maar onder het motto ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’, wil ik de volgende 5 (vertaalde) zinnen voorleggen uit een artikel over de oprukkende antibiotica-resistentie bij bacteriën.

“In maart 1942 lag een 33-jarige vrouw met een streptokokken-sepsis op sterven in een ziekenhuis in New Haven, Connecticut, en ondanks de beste pogingen van de toenmalige geneeskunde konden de dokters de infectie niet uit haar bloed drijven. Maar toen bemachtigden zij een kleine hoeveelheid van een pas ontdekte stof, penicilline, wat ze haar voorzichtig toedienden. Na enkele doses was haar bloed vrij van de streptokokken, herstelde ze volledig, en leefde ze nog een lang leven.

Zesenzestig jaar na de ontdekking van deze behandeling was er een melding van een 70-jaar oude man in San Francisco met endocarditis, wat veroorzaakt werd door een vancomycine-resistente Enterococcus faecium (VRE). Ondanks de dagenlange toediening van de beste antibiotica die beschikbaar zijn tegen VRE waren de artsen niet in staat de infectie te bestrijden, en stierf de patiënt. De cirkel is rond en we zijn nu op hetzelfde punt beland als vóór de antibiotica: voor patiënten die geïnfecteerd zijn met multi-resistente bacteriën is er geen passend antwoord.”

Antibiotica-resistentie wordt gezien als een groot probleem, hoewel men in de titel van bovenstaand artikel eerder spreekt van een ‘uitdaging’. Behalve onderzoek naar nieuwe antibiotica om ziekteverwekkers te bestrijden, is er ook een zoektocht gaande naar de bron van al deze resistentie. Stukken mobiel DNA zoals plasmiden en transposasen blijken verantwoordelijk voor veel van de verspreiding, maar de eigenlijke bron van al deze antibiotica-resistentie genen was nog niet bekend.

Dat veranderde met de komst van metagenomics; een aanpak om zoveel mogelijk DNA te sequencen uit een bepaalde habitat. Zure poelen in verlaten ijzermijnen in Californië, water uit de Sargasso-zee; overal waar bacteriën zitten wordt tegenwoordig het DNA gesequenced om de microbiële diversiteit in kaart te brengen en biochemische processes verder te ontrafelen. En professor Handelsman uit Madison, Wisconsin, vond een keur aan antibiotica-resistentie genen gewoon in de bodem. Vorig jaar ontdekte de groep van George Church uit Harvard dat elk grondmonster niet alleen allerlei bacteriën met antibiotica-resistentie genen bevatte, maar ook een diversiteit aan bacteriën die antibiotica gebruikten als voedselbron. Kortom: ongevoeligheid voor antibiotica is overal aanwezig, en zal waarschijnlijk altijd de kop op steken.

Nog sterker. Onlangs kwam dezelfde groep uit Harvard met een nieuwe publicatie, weer in Science. Ze hadden het experiment herhaald, en vonden weer een overweldigende diversiteit aan antibiotica-resistentie genen. Dit keer echter niet in grondmonsters, maar in de bacterie-flora van het spijsverteringskanaal. Ze isoleerden niet alleen een groot aantal onbekende genen die blijkbaar codeerden voor antibiotica-resistentie, maar ook antibiotica-resistentie genen die eerder al bij ziekteverwekkers waren gevonden. Wij zelf zijn dus een belangrijk reservoir voor resistentie bij pathogene verwekkers. En is dit nu een groot probleem? Het is allemaal relatief. Voor westerse begrippen wel, maar mondiaal zijn er wel grotere problemen met infectieziekten.

Dit is het eerste stuk op sciencepalooza.nl van Mark van Passel.Als microbioloog bestudeert hij dingen die je niet kan zien; hij gelooft er echter wel in, meestal omdat het zo lekker klopt als een zwerende vinger. Vandaar dat Mark in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam promoveerde op ziekteverwekkers (Neisseria). Daarna verhuisde hij naar de kant waar kleine dingen snel in zijn: evolutie, en dan vooral het krijgen van nieuwe genen, en het verliezen van overbodige genen.