We zijn bang voor bacteriën. Daarom gebruiken we met zijn allen overdreven veel antibacteriële middelen. Zo hebben we, zonder het te willen, geselecteerd voor resistente ziekmakende bacteriën. Nu blijkt bovendien dat wat we eten gevolgen heeft voor de bacteriën die in ons maag-darmstelsel wonen. Deze zijn essentieel voor onze overleving maar een kleine verandering in hun aanwezigheid kan ons ziek maken of zelfs dik.

Gespleten persoonlijkheid

Wij mensen verschaffen aan een enorme hoeveelheid bacteriën een fijne plek om te wonen. Op je hand leven gemiddeld zo’n 150 verschillende soorten bacteriën en in speeksel zijn meer dan 600 soorten aangetroffen. Het menselijke lichaam blijkt zelfs zo populair, dat we, wat aantal cellen betreft, voor 90% uit bacteriën bestaan en voor 10% uit…ehh…tja…‘onszelf’. Van de meeste bacteriën hebben we geen idee wat ze doen en we gaan ervan uit dat ze voornamelijk onschuldig of voordelig zijn. Echter van enkele soorten weten we dat ze in potentie schadelijk zijn. Zo dragen 30 – 40% van de volwassenen en de meeste kinderen de bacterie Streptococcus pneumoniae met zich mee in de neusholte. Dat is geen probleem zolang de bacterie maar in de neusholte blijft. Komt dezelfde bacterie echter terecht in de longen, het bloed, de hersenen of het gehoorstelsel dan kan het respectievelijk longontsteking, bacteriemie, nekkramp en oorontsteking veroorzaken.

De meerderheid van onze bacteriën (zo’n 10-100 biljoen) wonen in het maag-darmstelsel. De kolonisatie van het maag-darmstelsel vindt plaats na de geboorte onder andere door wat we eten, en de samenstelling verschilt per mens; familieleden en huisgenoten hebben bacterie populaties die op elkaar lijken en er zijn karakteristieke verschillen tussen mensen van verschillende plekken op de wereld. De bacteriën in het maag-darmstelsel zorgen onder andere voor de aanmaak van essentiële aminozuren en vitamines en ze helpen bij het afbreken van anderszins onverteerbare producten. Deze relatie tussen mens en bacterie is dus voordelig voor beiden: de mens geeft de bacterie voedsel en een plek om te wonen en de bacterie verzorgt allerlei essentiële functies voor de mens.

Ziek en dik

Intussen zijn er ook aanwijzingen voor een relatie tussen het hebben van bepaalde soorten bacteriën en een gezond leven. Zo lijkt het erop dat door het gebruik van allerlei antibacteriële middelen de bacterie Heliobacter pylori uit ons maag-darmstelsel dreigt te verdwijnen. Omdat deze bacterie in verband wordt gebracht met maagzweren en maagkanker, lijkt dat goed nieuws, maar nu blijkt dat vooral kinderen zonder deze bacterie weer een verhoogde kans lopen op astma en daaraan gerelateerde aandoeningen.

Gedurende je hele leven beïnvloedt je dieet de samenstelling van je bacteriepopulatie, met vèrstrekkende gevolgen. Zo hebben mensen met vetzucht een bacteriepopulatie die gemiddeld meer energie uit voedsel kan halen dat vervolgens in vet wordt omgezet. Een experiment in muizen illustreert dit heel mooi: door de maagdarmbacteriën van muizen met overgewicht te transplanteren naar muizen zonder overgewicht ontwikkelden de muizen in deze laatste groep, terwijl ze hetzelfde aten als voorheen, ineens een veel hoger vetpercentage dan normaal.

Een verandering in dieet bij dieren kan zelfs gevaar opleveren voor ons. In de VS werd het na de tweede wereldoorlog gangbaar om koeien versneld vet te mesten met graan (vooral onder invloed van zetmeel uit maïs) in plaats van (gedroogd) gras. Koeien kunnen zetmeel echter niet verteren. In plaats daarvan wordt het gefermenteerd in de darmen en dat levert een zuurder milieu op. De maag van de mens is normaliter veel zuurder dan het milieu in de darmen van koeien waardoor allerlei bacteriën de overstap van koe naar mens niet kunnen maken. Maar doordat de zuurgraad in de koe nu plotseling lijkt op die van de mens hebben schadelijke bacteriën zoals E. coli, stam O157:H7 de tijd om zich in de koe aan die zuurgraad aan te passen. Vervolgens heeft de bacterie weinig problemen met overleven in de maag van de mens met voedselvergiftiging of erger tot gevolg. De oplossing is overigens simpel, geef de koe een keer gras voor ie naar het slachthuis gaat, de pH stijgt en de ‘zure’ bacterie is zo goed als verdwenen.

Koesteren

We weten al een tijdje dat we antibacteriële middelen met mate moeten gebruiken om resistentie te voorkomen. Inmiddels wordt het steeds duidelijker dat zowel antibacteriële middelen als onze voeding grote effecten kunnen hebben op de bacteriën waar we harmonieus mee samenleven. En ik schat dat we nog maar een fractie van de effecten op onze gezondheid begrijpen. Koesteren dus die bacteriën.

Dit stuk verscheen ook op Opiniepagina van de Volkskrantsite