Stel, je zit in het comité voor de Nobelprijs Economie. Er ligt een groot aantal aanbevelingsbrieven op tafel en je kunt er niet uit kiezen. Iemand oppert “Eigenlijk moeten we het imago van economen weer een beetje oppeppen na de crisis.” De voorzitter zegt: “Ik wil net zo’n statement, zo’n vooruitdenkend gebaar maken als de collega’s bij Vrede met hun Obama.” Je loopt in gedachten nog eens alle financieel economen af, alle macro-economen….Nee! Plotseling roep je: “Milieuproblemen! Iemand die milieuproblemen op kan lossen!”

Het klinkt belachelijk. Maar ik vind de keuze voor Elinor Ostrom als één van de twee prijswinnaars briljant.

Tragedy of the commons
Het grootste economische probleem dat de mensheid dwarszit is de ‘Tragedy of the Commons’. Kort gezegd: vissers vissen de zee leeg en kunnen daarna niet meer vissen- maar de eerste die ermee ophoudt heeft het allerminste te eten, dus vist iedereen door tot het op is. Iedereen weet dat, maar het lukt maar zelden om te organiseren dat je buren tegelijk met jou ophouden met vissen.

Blinde mannen
In haar laatste artikel in Science laat Ostrom zien welke tien kenmerken doorslaggevend zijn voor het overwinnen van de ‘tragedie’. Die kenmerken slaan op de vissen, de vissers, de vijver of de vissersvereniging. Ze begint, simpel genoeg, met de grootte van het visgebied. Hoe groter, des te moeilijker het is om met de buren te coördineren. Dan noemt ze voorspellers als het aantal vissers (hoe meer, des te lastiger), en de gevoelde schaarste aan vis. Dit klinkt doodsimpel, maar het doordat veel van de kenmerken elkaar beïnvloeden (minder vis leidt tot minder vissers) is het moeilijk om voorspellingen te doen. Wetenschappers, wordt wel gezegd, lijken op blinde mannen die een olifant betasten- ze snappen allemaal een klein stukje. De vraag is hoe je de stukjes kennis en theorie bij elkaar kunt brengen.

Zelforganisatie
Door het raamwerk dat Ostrom heeft geschetst (in haar woorden “a multilevel nested framwork for analyzing outcomes achieved in Social-Ecological Systems”), kunnen de verschillende disciplines hun onderzoeksresultaten met elkaar vergelijken. Het doel is om voor elke kustlijn, elk oerbos en waterreservoir zoveel mogelijk kenmerken in een gezamenlijke database te verzamelen. Daarmee wil ze modellen maken die voorspellen of de locale gebruikers de tragedie door zelforganisatie te boven kunnen komen.

Een doorsnee econoom is ze dus niet, hoewel haar boeken en ideeën over instituties grote invloed hebben en zwaar economische onderwerpen behandelen. De keuze voor Ostrom is optimistisch, toekomstgericht en een beetje dwars.