Wetenschap en Religie, het blijven interessante danspartners. Afgelopen vrijdag nog gooide Tim de knuppel in het hoenderhok door God letterlijk een plekje in onze hersenen toe te dichten. Terwijl de discussie nog steeds met een kracht van 9 Beaufort raast moest ik meteen denken een een stukje dat een paar weken geleden op mijn bureau geraakte met de toevoeging: dit zal je wel leuk vinden….

Vervolgens las ik met stijgende verbazing het stukje uit de Futures sectie van Nature dat door een collega, Joost Uitdehaag, bleek te zijn geschreven.  Hij schreef een essay met de naam: Life in a monastic Lab: A vocational carreer. Vrij vertaald: Leven in een Monniken Laboratorium: Een Roeping. (Helaas heb je een abonnement nodig om het te kunnen lezen.)

Het stukje schets een scene rondom het lab van ‘de Benedictijnse orde voor Oncologie’ ergens in de Ardennen. Tijd: na De Grote Crisis. Deze crisis blijkt grote gevolgen te hebben gehad voor de ontwikkeling van medicijnen. Het model dat in de tweede helft van de 20ste eeuw tot ontwikkeling kwam was niet meer te handhaven. De ontwikkelings kosten (> 1 miljard) waren niet meer op te brengen wat de voorkeur gaf aan die projecten die op korte termijn inkomsten zouden genereren. De moeilijke projecten voor de lange adem waren het slachtoffer wat innovatie niet ten goede kwam. Pharma moet nog groter worden om de risico’s af te dekken en als er teveel projecten sneuvelen op effectiviteit en dat gebeurd vaak in ‘drug discovery’, is het uiteindelijk een gevaar voor de werkgelegenheid.

De grote crisis dwong de onderzoekers over het huidige model na te denken en ultiem te kiezen: leef je voor jezelf? Of voor de gemeenschap? En bij de keuze voor dat laatste zit een overeenkomst met religie. Zowel wetenschap en religie zijn een inspanning vanuit een groep die alleen maar succesvol kunnen zijn als de groep volgens dezelfde morele codes werken.

Uitdehaag schetst een lab waar monniken/wetenschappers hun werk doen nadat ze verschillende geloften hebben afgelegd: Armoede (Geen Patenten, Geen Bonussen), Kuisheid (Doe niets dat alleen Jezelf dient) en Gehoorzaamheid (Luister naar de Patiënt). Als monnik krijg je een vast contract en budget maar op de voorwaarde van geen geheimhouding over de inhoud van je werk en vooral geen Ego’s op de werkvloer. Af en toe naar de kapel om te bezinnen, te zingen en frisse ideeën te krijgen. Patiëntenorganisaties en verzekeringen ondersteunen het model.

Wat ik het mooie van het stuk vind is dat de morele codes uit het monastisch (en religieuze) leven genomen worden en weer worden gekoppeld aan de wetenschap. Terug naar de middeleeuwen. Hoezo een prikkelende gedachte?

De ‘drug discovery’ industrie staat onder druk, de modellen uit het verleden zijn aan modernisatie toe. Nieuwe inzichten en relaties zijn hard nodig. En Trappistjes maken & drinken, wie wil dat niet?