Laatst was ik op bezoek bij een onderzoekslab naar garen. Ik kwam daar terecht omdat ik een project in de Rotterdamse haven doe, waarbij we onderwater goede ondergrond aanbieden voor zich vastzettende organismen, zoals zeepokken, mosselen en anemonen. Dit doen we onder anders door strengen touw aan palen en onder steigers te hangen (zogenaamde ‘hula’s’). Deze strengen bieden meer en geschikter oppervlak dan gladde havenkades. Daarnaast genereren de naast elkaar hangende strengen ook een omgeving in drie dimensies, terwijl de rechte en gladde havenomgeving tamelijk twee dimensionaal is. De strengen zijn inmiddels helemaal volgegroeid met mosselen, en in dit ‘onderwaterwoud’ van begroeide strengen kunnen dan bijvoorbeeld weer vissen schuilen. Daarnaast filteren al die mosselen het water, waardoor het helderder blijft. Kortom, twee vliegen in één klap.

De garen-onderzoekers hadden over dit project gelezen in de krant en zagen mogelijkheden om voor dit doeleinde een specifiek garen te ontwikkelen. In de proef gebruiken wij nu voornamelijk nylon touw, want nylon zinkt en we willen niet dat het touw op het water gaat drijven. Touw van een natuurlijker materiaal, zoals bijvoorbeeld sisal, is niet geschikt. In zout water breekt dit touw in een jaar vrijwel geheel af en wij willen nou juist volgen wat voor organismen zich over meerdere jaren op het touw vestigen. De garenonderzoekers hadden net een nieuw garen ontwikkeld wat ze maken uit maismeel (PLA’s). Dit garen is niet biologisch afbreekbaar, maar wel decomposteerbaar onder hoge temperaturen en in aanwezigheid van de juiste bacteriën. Van het maismeel garen kan je vervolgens een touw slaan en van touw kan je dus weer een onderwaterbos maken.

Garen maken is een hele kunst, zo bleek tijdens mijn bezoek. Een streng garen wordt gemaakt uit polymeren. Polymeren worden verkregen door kleine plastic bolletjes te smelten. De eigenschappen van het garen, hoe elastisch het is, en hoe stevig, hangen af van de temperatuur en de rek waaraan de moleculen bloot staan tijdens het aangaan van de bindingen me elkaar. Tegenover de garenmensen zat een fabrikant van kogelvrijevesten. Kogelvrije vesten worden van losse filamenten garen gemaakt die heel dicht worden samengeperst en worden verlijmd. Zo’n vest bezit dus een bijzonder hoge dichtheid maar is toch niet al te zwaar. Een zelfde soort principe geldt voor gigantische touwen die olieplatformen verankeren. Dit kan niet met stalen kettingen worden gedaan omdat stalen kettingen zouden bezwijken onder hun eigen gewicht. Daarom worden touwen zo dik als een slagboom gemaakt en die touwen bestaan weer uit talloze kleine strengetjes garen. Zo’n touw kan heel veel kracht hebben, rekt weinig en is niet te zwaar om zijn eigen gewicht te dragen. Weer andere afwegingen spelen bij het maken van autogordels (ook uit garen). De kunst van een autogordel is natuurlijk dat er niet te veel elasticiteit in zit, want dan eindig je alsnog door de voorruit, maar de gordel moet wel een heel klein beetje elastisch zijn en niet te smal, want anders zou de gordel bij een ongeluk dwars door je heen snijden. Kortom, erg veel toepassingen voor garen. Nu nog kijken of we een onderwaterwoud van decomposteerbaar garen in het veld krijgen!