Een man in Chicago opende onlangs met behulp van een krediet een fitnesschool. Op een ochtend vond hij een portemonnee voor de deur, met daarin een VISA-cadeaukaart van 125 dollar en het telefoonnummer van de eigenaar. De man had toen de telefoon kunnen pakken, maar liep in plaats daarvan naar de slijterij op de hoek en kocht een flinke fles drank voor $9,40. Vervolgens ging hij naar de karaokebar twee straten verderop, dronk een biertje voor $6,48, maar toen werkte de cadeaukaart niet meer. Precies 22 minuten later was hij weer terug in de slijterij, maar helaas, de cadeaukaart was echt leeg.

Zou deze drankzuchtige, onbetrouwbare eigenaar van de fitnessschool zijn enigszins genante gegevens vrijwillig laten zien aan 200 economen? Tijdens de Europese conferentie voor Experimentele Economie vorige week in Innsbruck werd dit experiment -want dat was het- met luid gelach ontvangen. John List, een bekende econoom van de universiteit van Chicago, presenteerde het onderzoek als een win-winsituatie voor de wetenschap en het bedrijfsleven. Dat bedrijfsleven is in dit geval een kredietverstrekker, voor wie List met deze portemonneetest de kredietwaardigheid van ondernemers probeert te voorspellen. En dat werkt: klanten die de cadeaukaart zelf hielden waren inderdaad onbetrouwbaarder in het afbetalen van het krediet.

Het verband tussen iemands gedrag tijdens een experiment en zijn kredietwaardigheid is een spannend resultaat, dus alle congresgangers klapten hard. Maar bij navraag bleek dat een derde van de 50 ondervraagde economen uit ethische overwegingen nooit zo’n experiment zou doen, en nog eens een derde vond het experiment ‘twijfelachtig’.

Als belangrijkste bezwaar werd genoemd dat de 39 deelnemers geen toestemming hadden gegeven voor deelname en het gebruik van hun gegevens. Met de anonieme VISA-cadeaukaarten kan de onderzoeker precies nagaan wat het uitgavepatroon was van de gebruiker, wat volgens velen niet nodig was voor het doel van het experiment (maar wel hilarisch). Daarnaast noemden veel Europeanen het ongepast om een strafbare daad aan te moedigen. Anderen vonden dat prima, maar waren sterk tegen het doorgeven van de data aan de kredietverstrekker. John List zelf vindt veldexperimenten toelaatbaar als de proefpersonen er beter van worden; maar dat is in dit geval zeer de vraag. (Zelf werd hij al de dupe van een van zijn andere experimenten. Een grote intercontinentale vliegmaatschappij onderzocht onder zijn leiding de effecten van prijsdifferentiatie, waardoor zijn eigen ticket Chicago-Innsbruck duurder uitviel. Zijn criterium ‘iedereen moet er beter van worden’ blijkt dus nogal rekkelijk.)

Binnen de psychologie is decennialang gediscussieerd over de ethiek van (veld)experimenten. Na excessen in de jaren zeventig, zoals het Stanford Prison Experiment en de shockexperimenten van Milgram, zijn er duidelijke richtlijnen ontstaan en strenge ethische commissies. Nu een andere tak van wetenschap, de experimentele economie, zich actief in het veld begeeft, lijkt die discussie weer opnieuw gevoerd te moeten worden. Economen experimenteren weliswaar niet met electroshocks of machtsverhoudingen, maar ook het manipuleren en bestuderen van geldtransacties kan onethisch zijn.

Voor de presentatie van John List: http://www.esa-innsbruck.com/ onder video archive. De beschrijving van het experiment begint na 20 minuten.

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite