Hudson400Vorige week was ik op de waterconferentie (H2O9) die ter ere van de Hudson400 viering in New York werd gehouden. De evenementen schijnen nogal prominent in het nieuws te zijn geweest in Nederland, want sinds ik terug ben vraagt iedereen of ik Willem-Alexander en Maxima de hand heb geschud.

De waterconferentie was bedoeld voor Nederlanders en Amerikanen die werk doen met water en was zwaar gesponsord door ingenieursbureaus. Het hele gebeuren was tamelijk hoog ingestoken en de eerste ochtend werd geheel gevuld door politici. Dit leidde tot de aparte situatie dat politici speeches hielden over waterproblematiek en mogelijke oplossingen voor een zaal vol met vakinhoudelijke mensen. Speeches, die overduidelijk geschreven waren door een van hun medewerkers en die voor het gemak geheel werden voorgelezen. Tel daarbij op dat je als politicus op zo’n conferentie geen boute uitspraken wilt doen en je hebt de garantie voor een niet zo spetterende ochtend.

Gelukkig stormde daar opeens een mij niet bekende Amerikaan het podium op, die een wild betoog af begon te steken. Gezeten op het puntje van mijn stoel kwam ik er achter dat het hier ging om Robert F. Kennedy jr. (inderdaad, de zoon van de vermoorde senator). Zijn verhaal ging over de Riverkeeper organisatie en hun gevecht tegen de vervuiling van de Hudson rivier. In de jaren zestig had de Hudson rivier elke week een andere kleur door de lozingen van een verffabriek, ruwe olie werd via pijpen in de rivier gedumpt en vissen werden onophoudelijk vermalen in de koelwaterinstallatie van de kerncentrale. In 1966 verenigde een aantal burgers, voornamelijk vissers, zich om de vervuiling een halt toe te roepen. Echter, niemand had toen nog een idee hoe. Totdat Bob Doyle opstond. Hij was in een eerder onderzoek naar de rivier gestuit op twee oude in onbruik geraakte wetten. Deze wetten verboden vervuiling van Amerikaanse wateren en garandeerden een beloning voor een ieder die overtredingen hierop aan het licht bracht. Met deze wetten in de hand vervolgden de vissers vervuiler na vervuiler. De eerste beloning die ze daarvoor kregen werd besteed aan het kopen van een boot waarmee op de rivier gepatrouilleerd kon worden. Volgende beloningen werden gebruikt om een full-time ‘riverkeeper’ aan te stellen. Inmiddels zijn miljoenen dollars binnengehaald die ten goede komen aan het herstellen en bewaken van de kwaliteiten van de Hudson. Voor een interview met de eerste full-time riverkeeper en Kennedy zie hier (http://discussion-for-you.com/video/5251.cgi). Zelf mocht ik op de tweede dag ook nog een presentatie doen en hoewel het publiek zeer waarschijnlijk niet zo aan mijn lippen hing als ik aan die van Kennedy, ging het toch nog steeds prima.