Deze maand zijn er twee positieve resultaten uit het HIV onderzoek wereldkundig gemaakt. Vandaag gaat over nieuw ontdekte antilichamen, morgen bespreken we het laatste vaccin

Antilichamen worden door het lichaam gemaakt om vreemde deeltjes en/of organismen te herkennen en binden. Een antilichaam dat bv. aan een virus gebonden zit is een signaal voor de rest van het lichaam dat het opgeruimd dient te worden.

In een onderzoek dat gepubliceerd is in Science staat de zoektocht beschreven naar antilichamen die het gp120 en gp41 eiwit herkennen van HIV. Deze eiwitten zitten aan de buitenkant van het virus en zijn cruciaal bij het binden van het virus aan menselijke cellen. Het idee is dat we die binding moeten remmen of misschien zelfs blokkeren om een HIV-infectie tegen te gaan.

Er is veel variatie tussen de verschillende HIV stammen wereldwijd en idealiter heb je de beschikking over antilichamen die zoveel mogelijk stammen kunnen neutraliseren. Het probleem is echter dat er binnen een stam überhaupt weinig antlichamen zijn die gp120 + gp41 goed kunnen neutraliseren, laat staan dat ze meerdere stammen kunnen neutraliseren. In de afgelopen 25 jaar zijn er vier van zulke antilichamen gevonden en die zijn jammer genoeg niet te gebruiken als therapie. Nu hebben de onderzoeksinstituten Scripps & IAVI samen met de bedrijfjes Monogram & Theraclone twee nieuwe, breed neutraliserende antilichamen gevonden, geisoleerd en gezuiverd.

Hoe hebben ze dat gedaan? Er zijn 1800 mensen onderzocht afkomstig uit Afrika, Europa, VS, Australië & Thailand die ondanks dat ze HIV-positief waren, geen ziekteverschijnselen vertoonden. Het bloed werd gescreend op het vermogen om een HIV-infectie te kunnen voorkomen. In het laboratorium werd een HIV-virus dat een fluoriscerende vlaggetje bevat gemixt met cellen en de antilichamen van een patiënt. Als het virus de cellen kan infecteren, licht het fluoriscerende vlaggetje op. Als de infectie niet kan plaatsvinden , bv door neutraliserende antilichamen, gebeurt dat niet. Bij één Afrikaanse patient bleek dit het geval te zijn. Uit het bloed van deze patient zijn vervolgens 30.000 antilichaam-producerende B-cellen geïsoleerd. Elke cel maakt maar 1 antilichaam en dus zijn de 30.000 cellen stuk voor stuk getest. Twee B-cellen bleken zeer breed neutraliserende antilichamen te produceren. Uit deze twee cellen is het gen voor de antilichamen geïsoleerd en gekloneerd zodat er in het lab grote hoeveelheden van het antilichaam geproduceerd kunnen worden.

De belangrijkste volgende stap is het anlyseren van de binding van deze antilichamen aan het virus. Als we die plek goed in kaart kunnen brengen is het misschien mogelijk om een therapie/vaccin te ontwerpen wat gebruikt maakt van wat mogelijk het virus’ zijn achilleshiel is.