Italië, 32 graden, de kinderen liggen in het zwembad en ik, medisch bioloog, lees het boek ‘De Waarde van Opvoeden; Filosofie van Ouderschap en Onderwijs’ (1997) geschreven door professor Fernando Savater. Dit is het derde boek wat ik van Savater lees en stuk voor stuk blinken zij uit in het eloquent maar helder verwoorden van complexe filosofische vraagstukken wat resulteert in wijsgerige page-turners.

Savater steekt zijn liefde voor het humanisme niet onder stoelen of banken en beschouwt het opvoeden als de meest menselijke handeling die er is. Het boek neemt de lezer stap voor stap mee, aan de hand van citaten van beroemde denkers, langs de fundamenten en voorwaarden voor het onderwijs, op weg naar een duurzaam humanistische en democratische samenleving. Met de woorden van Savater “…in deze complexe moderne samenleving is het onderwijs de enige gemeenschappelijke omgeving waarin jongeren een rationele waardering kan worden bijgebracht voor de waarden die mensen in staat stellen onderling verrukelijk verschillend te zijn en toch samen te leven.”

De koppeling van filosofische thema’s met de dagelijkse realiteit maakt zijn boek zelfs ‘handig’ voor mij als jonge vader. In dit boek geeft Savater op zeer praktische wijze handvatten hoe opvoeding en onderwijs om dienen te gaan met geweld, drugs, televisie en seks. Echt een prima aanrader, ook voor uw collega Rouvoet.

Maar het onderwerp waar ik met u, hooggeachte heer Plasterk , over wil praten staat in het boek van Savater onder het kopje “Het bestaande doorgeven, het nieuwe zoeken”. Opvoeding gebeurt altijd. Ook als je niets doet wordt iemand ‘mens’, je kunt niet níet opvoeden. Opvoeding bestaat uit het sturen van leerlingen in een bepaalde sociale richting. Die sociale richting is het pad van waarden die de gemeenschap op dat moment wenselijk acht. Vroeger was ‘moed en militaire deugd’ belangrijk, in de moderne tijd ‘denken en bezinning’ en over 10 jaar waarschijnlijk weer iets anders. De samenleving is verre van perfect en heeft onderhoud nodig. Maar hoe kun je van de gevestigde onderwijsinstellingen verwachten dat zij de idealen vaststellen voor de maatschappij van morgen? En op grond daarvan leerlingen de kennis en vaardigheden meegeven om de huidige samenleving om te vormen tot een nieuwe, verbeterde maatschappij. Zij die van de vorige generatie onderwijs hebben genoten zijn degenen die het aan de volgende generatie door geven. Het ontworstelen aan je eigen opvoeding is moeilijk: je kunt jezelf njet aan je eigen haren uit het moeras trekken. Mede daarom hebben vastgeroeste gewoonten zo’n grote invloed op het onderwijs.

Savater geeft verschillende argumenten waarom de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Allereerst, in de onderwijspraktijk wordt niet alleen feitelijke informatie overgedragen maar tevens de betekenis ervan, of dat wat we willen dat de betekenis is. De leerling leert hiervan dat die zelfde informatie en kennis in de maatschappij van morgen een ander betekenis kan krijgen of ander geïnterpreteerd kan worden. Ten tweede, de samenleving is geen dood, inert voorwerp maar borrelt, bruist en is vol van tegenstrijdige tendensen welke een invloed hebben op het onderwijs en kunnen zorgen voor vernieuwing en verandering, binnen en buiten het onderwijs. De verscheidene studenten opstanden in de geschiedenis zijn daar bewijs van.

Dit laatste punt, Hooggeachte heer Plasterk, is interessant en roept vragen bij mij op. De wereld verandert met de snelheid van het licht: cultureel, technisch, politiek en sociaal. Kan ons Nederlands/Europees/Westers onderwijs model zo snel meeveranderen? Dat wat in een propadeuse jaar van de universiteit wordt onderwezen is aan het eind van het curriculum weer hopeloos verouderd. Zal dit niet tot een reactie (moeten) leiden binnen het onderwijs? Zullen curricula sneller (moeten) veranderen of zal er een behoudzuchtige reactie komen: het afschermen en conserveren van de huidige opvattingen binnen de veilige deuren van een onderwijsinstelling.

Politiek denkster Hannah Arendt schreef ooit dat conserveren ligt vervat in het wezen van de opvoedingsactiviteit zelf: koestering en bescherming. Het beschermen van het kind tegen de wereld, de wereld tegen het kind, het nieuwe tegen het oude, het oude tegen het nieuwe. Stel je voor dat die conserverende trend zich inzet, hoe kunnen we dan de vernieuwende kiem zaaien voor de breuk met het verleden die nodig is met betrekking tot bv. duurzame energie, watermanagement, privacy, financiele markten? Ik ben van mening: vergeet de basis niet (zoals rekenen) maar stimuleer ook vooral de creativiteit. Er zijn 300 miljoen chinezen die 12 uur per dag wiskunde krijgen, daar kunnen we nooit mee concureren, dus we moeten focussen op onze talenten. Ook u denkt kennelijk in deze richting gezien uw recente voorstellen voor de vier stromen in HBO en universiteit waardoor talenten beter uit de verf kunnen komen. Hebben we toevalling deze zomer hetzelfde boek gelezen?

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite