eco-logie-nomieHet is de week van de waarheid voor de Nederlandse kenniseconomie. José Manuel Barroso is herkozen als voorzitter van de Europese Commissie. Hij wil investeren in kennis ter bestrijding van de crisis. Daarnaast halen Nederlandse wetenschappers deze week 22 miljoen euro binnen uit Europese fondsen voor onderzoek. Alles loopt dus op rolletjes. En toen was daar de Miljoenennota, die stelde dat ‘innovatie en toegepast onderzoek’ een van de 20 besparingsthema’s moest worden. Bye bye kenniseconomie.

De motoren van de Nederlandse kenniseconomie – de wetenschappers – halen hun onderzoeksfinanciering steeds vaker uit Europa. Ze zijn daarin zeer succesvol, zo bleek ook eerder deze week. Nederland eindigde als zesde in de strijd om subsidies van de Europese onderzoeksraad (ERC). Het succes in deze en andere competitie-gestuurde subsidies maakt Nederland tot netto-ontvanger van onderzoeksgeld  uit Europa. Het Nederlandse succes is het gevolg van het recent gevoerde onderzoeksbeleid. Nederland koos de afgelopen jaren voor gerichte investering in ICT, genomics en nanotechnologie. Meer nog dan zijn voorgangers streeft minister Plasterk binnen die gebieden naar competitieve, excellente wetenschap. Het resultaat: een selecte groep wetenschappers als boegbeeld voor Nederland.

Een handjevol topwetenschappers maakt echter nog geen kenniseconomie. Net als een voetbalclub heeft Nederland niet alleen sterspelers nodig, maar ook een degelijk team, zaakwaarnemers, en een modern stadion met perfecte grasmat. In het algemeen regelt de wetenschapper dergelijke randvoorwaarden zelf, door te netwerken, goed te scouten, en zichzelf te vermarkten. Heeft hij hier handigheid in, dan stijgt hij snel tot grote – eenzame – hoogte. Slechts enkelen slagen hierin. De rest doet ongetwijfeld wetenschap van hoge kwaliteit, maar krijgt daarvoor niet de benodigde ondersteuning en waardering. Deze groep blijft vervolgens gefrustreerd achter.

Om bij te dragen aan een sterke kenniseconomie hebben alle wetenschappers ondersteuning nodig. Uiteraard hebben ze ruimte nodig om wilde theorieën te bedenken en onmogelijke experimenten uit te voeren. Ze moeten daarbij niet gehinderd worden door onnodige regeltjes of verantwoording, maar ook niet door gebrek aan infrastructuur of coördinatie. Dergelijke randvoorwaarden zijn vereist voor een wetenschapper om zich te kunnen storten op zijn onderzoek, en daarmee kennis te ontwikkelen. Bovendien maakt dat Nederland aantrekkelijk als onderzoeksland, en wordt het vanzelf een kenniseconomie. Het korte-termijndenken van het kabinet als gevolg van de crisis zet de eerder zo bejubelde kennis weer op een zijspoor. Besparingen op ‘’, zoals het kabinet wenst, zullen de ontwikkeling van bijvoorbeeld infrastructuur verhinderen. De investeringen van de afgelopen jaren hebben dan een handvol individuele wetenschappers naar de top geholpen, maar niets bijgedragen aan de kenniseconomie. Daarvoor is een sterk funcdament nodig, dat juist in moeilijke tijden voorkomt dat de economie instort. Nu sprak Hare Majesteit voornamelijk over de economie, maar noemde ze slechts een keer de term ‘kennis’. Voor een kenniseconomie is meer nodig.

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite