Kleinschalige topopleidingen met selectie aan de poort doen langzaam maar zeker hun intrede in het Nederlandse universiteitslandschap. Is dat een goede ontwikkeling, of leidt het ertoe dat weinig studenten een goede opleiding krijgen en vele een middelmatige? Ik denk dat het een welkome ontwikkeling is, voor de studenten en voor de universiteiten.

Sinds 2007 ben ik coördinator van een Master-programma in München. We selecteren streng en verwachten veel inzet van onze studenten. De studenten krijgen aandacht, vrijheid, en een opleiding op hoog niveau. Toen we laatst een evaluatiecommissie op bezoek hadden was echter hun belangrijkste vraag: “Alles goed en wel, die verwennerij van 20 studenten, maar is dat wel eerlijk ten opzichte van de paar honderd andere studenten in deze faculteit?”

Dezelfde vraag kan gesteld worden met betrekking tot Bachelor opleidingen in de “university colleges”, zogenaamde “top Master”-opleidingen in Groningen en andere selectieve programma’s aan de Nederlandse universiteiten. Mogen de universiteiten speciale opleidingen aanbieden voor studenten met meer motivatie of talent dan de andere studenten?

Conflict

Bij het organiseren van (hoger) onderwijs is er altijd een conflict tussen vrijheid en gelijkheid. Extreme vrijheid is wat we kennen uit de Verenigde Staten. Er is enorm veel keuze, maar alleen degene die de allerbeste cijfers haalt, een basketbaltalent is of genoeg geld heeft, komt binnen op de beste universiteiten. In Nederland zaten we lange tijd dichtbij het andere uiterste: extreme gelijkheid. Alle universitaire opleidingen boden ongeveer hetzelfde niveau voor hetzelfde geld en universiteiten moesten iedereen met een VWO diploma binnenlaten.

Inmiddels zijn selectie aan de poort, en zelfs hogere collegegelden, geen taboe meer. Beginnende studenten kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een van de “university colleges”, waar ze een brede “liberal arts” opleiding krijgen in een internationale omgeving. Na hun Bachelor kunnen studenten zich inschrijven voor een “top Master” opleiding, of een “Erasmus Mundus” programma. Erasmus Mundus Master programma’s zijn zeer selectieve, internationale Master programma’s waarin verschillende Europese universiteiten samenwerken en die meestal een hoger collegegeld vragen (zie bijvoorbeeld hier).

De universiteiten selecteren wie er in deze opleidingen binnenkomen, op basis van talent en motivatie. Maar zulke opleidingen kosten de studenten altijd meer dan een gewone studie, zelfs als het collegegeld niet hoger is. Het is namelijk vrijwel onmogelijk zo’n intensieve opleiding te combineren met een bijbaantje en de student zal daarom meer geld van ouders of staat moeten krijgen of lenen.

Voordelen

Het duidelijkste voordeel van de nieuwe elite-opleidingen in Nederland is dat de studenten meer keuze hebben. Niet iedereen zal zich voor een liberal arts Bachelor interesseren, maar voor sommige studenten is het ongetwijfeld precies wat ze zoeken.

Maar er zijn ook voordelen voor de universiteiten en hun personeel. Binnen kleine opleidingen met zeer gemotiveerde studenten kan geëxperimenteerd worden. Voor professoren is het interessant en uitdagend om (ook) bij dit soort elite-opleidingen les te geven. De opleidingen maken de Nederlandse universiteiten daardoor niet alleen voor buitenlandse studenten, maar ook voor buitenlandse professoren interessanter. En van beter, gemotiveerder personeel profiteert de hele universiteit.

Tenslotte maken topopleidingen het gemakkelijker met topinstituten samen te werken. Onze top-Master in München werkt bijvoorbeeld samen met een top-Master in Groningen. Samen zetten we nu een uitwisselingsprogramma op met Harvard. Van deze connecties kunnen ook de “gewone” studenten profiteren. Maar zonder topopleidingen zou het veel moeilijker zijn zo’n samenwerking met Harvard van de grond te krijgen.

Oppassen

Het is aan de overheid om op te passen dat het niet uit de hand loopt. Meer variatie in het hoger onderwijs is goed, maar het niveau van de “normale” opleidingen mag er niet onder leiden. Een universiteit zou alleen elite-opleidingen mogen hebben, zolang ze ook goede “normale” opleidingen aanbiedt.

De afgelopen jaren is een gevarieerder universiteitslandschap ontstaan. Dat werd mogelijk doordat de universiteiten meer vrijheid hebben gekregen om te selecteren en om hoger collegegeld te vragen. Het resultaat is betere kansen voor de beste studenten. En dat is belangrijk, niet alleen voor die studenten, maar ook voor Nederland, omdat we zo meer talent naar Nederland kunnen trekken of hier kunnen houden.

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite