In de 20ste eeuw zijn meer dan 100 miljoen mensen omgekomen als gevolg van gewelddadige conflicten tussen groepen met verschillende etnische achtergronden. Conflicten in voormalig Joegoslavië, Rwanda en het nog altijd voortslepende conflict in Darfur tonen aan dat we nog maar slecht begrijpen hoe conflicten ontstaan en hoe ze zijn te vermijden. Terwijl je met een vrij simpel wiskundig model een heel eind blijkt te kunnen komen.

Complexiteit en geweld

Aannemende dat het voorkómen van conflicten het doel is, lijkt het voor de hand te liggen dat je eerst de oorzaak moet begrijpen. De realiteit is alleen zeer complex, en het blijkt dat aan ieder conflict een heel scala aan factoren ten grondslag ligt. Zo is de oorsprong van het conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda in de jaren negentig gedeeltelijk terug te voeren tot het einde van WOI toen de Tutsi minderheid de macht in handen kreeg en etnische identificatie papieren verplicht werden. Een opeenstapeling van frustraties gevoed door voorkeursbehandelingen, gewelddadige machtswisselingen, een dramatische economie, de uitputting van het land door veeteelt en landbouw en het bewust onderstrepen van etnische verschillen leidde uiteindelijk tot een apocalyptische uitbarsting van geweld.

Zo kan je alle conflicten in de wereld afgaan om tot de conclusie te komen dat er niet één simpele oorzaak aan te wijzen is. Om dit soort complexe problemen beter te begrijpen worden op basis van allerlei factoren wiskundige modellen gebouwd om conflicten te analyseren. Maar die wiskundige modellen lopen tegen hetzelfde probleem aan: elk conflict vraagt om z’n eigen specifieke model en daarmee zijn modellen gebaseerd op het ene conflict onbruikbaar om voorspellingen te doen voor het andere conflict.

Demografie
Recentelijk is daar verandering in gekomen. Om te voorspellen waar haat tussen verschillende bevolkingsgroepen resulteert in geweld, blijkt het niet nodig om de oorzaak van het conflict te kennen. Je hoeft geen analyse te maken van de lokale economie of het karakter van de mensen. De enige informatie die je nodig hebt is de demografie van een gebied, oftewel de verdeling van etnische groepen over het gebied.

Yaneer Bar-Yam en zijn collega’s van het New England Complex Systems Institute in Cambridge in de VS, laten zien dat etnische verschillen tussen groepen tot conflicten leiden als de groepen maar gedeeltelijk gemengd zijn. Zo stellen ze in hun model dat als groepen goed geïntegreerd en volledig gemengd zijn, er geen coherente groepen bestaan die kunnen twisten over publieke ruimtes. Aan de andere kant van het spectrum bestaan groepen met goed gedefinieerde grenzen die volledig gescheiden van elkaar leven. De groepen komen elkaar maar weinig tegen en conflicten zijn daardoor onwaarschijnlijk.

Maar wanneer groepen gedeeltelijk zijn geïsoleerd zonder duidelijk grenzen liggen er problemen op de loer. Immers, een groep met een specifiek etnische achtergrond en daarbij horende regels zal van iedereen, in ieder geval in de publieke ruimtes, verwachten dat zij zich naar de culturele normen van de heersende groep conformeren. Daar waar onduidelijk bestaat over wiens regels nu eigenlijk zouden moeten domineren ontstaan conflicten.

Model en beleid
Om deze aannames te testen bouwden Bar-Yam en collega’s een wiskundig model met demografische informatie als belangrijkste factor. Vervolgens werd het model gevraagd te voorspellen waar geweld was opgetreden tijdens de conflicten in voormalig Joegoslavië en tijdens conflicten in India. Voor beide landen werd op zeer nauwkeurige wijze door het model aangegeven op welke locaties geweld was uitgebroken. In hoe verre deze aanpak bruikbaar is voor andere gebieden zal zich moeten uitwijzen maar het laat zien hoe de mate van integratie van verschillende groepen een krachtige voorspeller van het uitbreken van geweld kan zijn.

De oorzaak van haat en geweld tussen groepen zal per gebied verschillen maar het blijkt dat etnisch geweld een collectief gedrag is dat voortkomt uit krachten die je kan begrijpen. Dat betekent dat je daarop ook beleid kan afstemmen; of je zorgt ervoor dat groepen compleet integreren of je scheidt ze van elkaar. Aan beide oplossingen zitten nare kantjes maar niets doen is op een tijdbom zitten.

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite