De overheid spendeert in Nederland vele malen minder aan wetenschappelijk onderzoek dan de overheden van Duitsland, Groot Brittanie en de Verenigde Staten. Nederlandse wetenschappers verwijten de politiek daarom vaak te weinig te investeren in onderzoek. Maar terwijl de waardering voor wetenschap in Nederland te wensen over laat, voelen Nederlandse wetenschappers zich zelden geroepen om het nut van hun onderzoek uit te leggen. Hoog tijd om het populariseren van wetenschap -onder wetenschappers zelf helaas vaak gezien als inferieure egotrip- beter te gaan waarderen.

Er kan lang worden gedebatteerd over wie nou eigenlijk het bestaansrecht van de wetenschap zou moeten bepleiten: politici of de onderzoekers zelf? De voorzitter van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek is er duidelijk over: politici moeten maar zorgen dat er genoeg geld voor onderzoek is (NRC Handelsblad 15 juli jl). Maar nu blijkt dat politici het investeren in onderzoek een lage prioriteit geven kunnen wetenschappers maar beter de handen uit de mouwen steken en zelf het belang van hun werk kenbaar maken. Ook als het gaat om onderzoek dat niet direct leidt tot een medicijn of gebruiksproduct. Dat onderzoek soms lastiger te begrijpen is voor de leek, is niet een argument om dan maar geen verantwoording af te leggen.

Er is een mentaliteitsverandering onder wetenschappers nodig ten aanzien van het populariseren van hun bevindingen. Nu wordt dit te veel gezien als een mediageile hobby. Door een boek te schrijven of een stukje voor een vaktechnisch magazine, een presentatie te geven bij de bibliotheek of een optreden in het voortgezet onderwijs, kunnen zij de gezichten van hun vakgebied zijn, op een sympathieke manier, die bijdraagt aan maatschappelijk begrip. Momenteel ontbreekt het onderzoekers echter vaak aan tijd en waardering om in populariseren van hun werk te investeren. Daarbij helpt niet dat concurrentie onder wetenschappers om arbeidsplaatsen moordend is: wie om wat voor reden dan ook minder (goed) in vakbladen publiceert dan zijn collega’s kan een baan buiten de wetenschap gaan zoeken. De overheid heeft via haar onderzoekssubsidies de middelen in handen om dit te veranderen door bijvoorbeeld tijd (en geld) binnen onderzoeksprojecten te reserveren voor een vertaalslag naar breder publiek. Daarnaast zou de overheid Nederlandse onderzoekers kunnen steunen door te bekijken wat investeringen in wetenschap opleveren, om daarmee aan te tonen of investeren in onderzoek rendabel is in een kenniseconomie.

Universiteiten streven naar wetenschappelijke excellentie. Maar waarom zou je dat beperken tot de universiteit? De wetenschappelijke waarden, waardering voor kennis, experimenteren en verdieping zijn ook waardevol buiten de universiteit en het past juist bij de taak van universiteiten om hun gedachtegoed te verbreiden. Dat is streven naar excellentie in de hele maatschappij. De ‘ivoren toren’ van wetenschappers ligt niet zozeer besloten in hun wereldvreemdheid, maar in hun onwil om het nut van hun werk uit te leggen.

dr. Marijn van Ballegooijen is onderzoeker op het RIVM en was voorzitter van Promovendi Netwerk Nederland; dr. Jeroen Geurts is onderzoeker aan het VU medisch centrum en schrijft daarnaast populairwetenschappelijk over hersenonderzoek (www.jeroengeurts.nl).