Met de viering van de veertigste verjaardag van de maanlanding vorige week werd weer eens duidelijk waar competitie al niet goed voor is: dat Neil Armstrong op 20 juli 1969 als eerste mens voet op de maan zette was vooral te danken aan de ‘space-race’ tussen Rusland en Amerika die daaraan vooraf ging. Zonder de koude oorlog had het allemaal wel eens jaren langer kunnen duren.

Het is daarom mooi dat de strijd om het produceren van significante hoeveelheden brandstof op een klimaatneutrale manier ook eindelijk is losgebarsten. Dat geeft een sprankje hoop op een tijdige oplossing van ons energieprobleem.

Nog niet zo lang geleden leek de zoektocht naar biobrandstof gestaakt nog voor dat hij goed en wel was begonnen. De productie van op maïskorrels gebaseerde biobrandstof bleek bijna net zo veel energie te kosten als het oplevert en voor soja, waarvoor deze balans iets gunstiger uitpakt, zijn zoveel bonen nodig dat de hoeveelheid biodiesel die uit soja gewonnen kan worden nooit zou kunnen leiden tot een significante vermindering in het gebruik van gewone brandstoffen. Ook niet onbelangrijk was dat het allemaal bakken met geld kostte. In feite was het alleen rendabel dankzij subsidies en dat was natuurlijk geen oplossing voor de lange termijn.

Maar er wordt hard gezocht naar alternatieven. Grassen en houtachtige planten die op grond groeien die ongeschikt is voor landbouw en minder mest en moeite kosten maken meer kans rendabel te worden. Shell bijvoorbeeld heeft sinds 2004 een fabriek in samenwerking met het Canadese bedrijf Iogen in Ottawa waar ze bekijken of stro een levensvatbaar alternatief vormt.

Eind 2007 liet Shell weten ook iets heel anders te gaan proberen. Ze gaan algen inzetten om olie te produceren. Algen gebruiken CO2 om een olie te produceren die vervolgens makkelijk om te zetten is in diesel. Voordelen zijn dat het in potentie klimaatneutraal kan zijn (een vergelijkbare hoeveelheid van het broeikasgas CO2 dat vrijkomt bij verbranding van diesel gebruiken algen om te groeien) en in tegenstelling tot de productie van (voedsel)gewassen behoeft algengroei geen grote oppervlakten aan landbouwgrond. Het idee is niet nieuw; er werd al met algen geëxperimenteerd in de jaren 70, alleen is het toen, onder andere door de lage olieprijzen, nooit echt van de grond gekomen.

Waar ik verheugd over ben is het recente nieuws dat Shell er sinds kort een stevige concurrent bij heeft. Exxon Mobil stort zich namelijk ook in de algenbusiness en wel aan de hand van Craig Venter. En die laatste weet wel het één en ander van concurrentie.

Craig Venter was een van de drijvende krachten achter het ontrafelen van het humane genoom, nu alweer bijna tien jaar geleden. Hij was met zijn bedrijf Celera Genomics in een strijd verwikkeld met het “Human Genome Project” dat met publieke gelden gefinancierd werd. Het was een strijd tussen verschillende technieken (de nieuwe techniek van Venter was op dat moment revolutionair snel) maar vooral een strijd tussen mensen met een verschillende kijk op wetenschap. Celera wilde genen patenteren terwijl de ‘publieken’ daar niks van wilden weten.

Craig Venter is een zeer succesvol wetenschapper. Sinds het sequencen van het humane genoom heeft hij onder andere het J. Craig Venter Institute opgericht en daarmee heeft hij voor veel wetenschappelijke doorbraken gezorgd. Ondanks al dat succes, zo werd me onlangs duidelijk toen ik een presentatie van hem bezocht, voelt hij zich miskend door de academische gemeenschap. En dat is jammer. Want hoewel dat patenteren van genen ècht een slecht idee was, is de competitie tijdens het ontrafelen van het humane genoom heel goed geweest voor de snelheid waarmee het is afgekomen.

Biobrandstof is nog maar een tussenoplossing voor een veel groter energie probleem. Maar het is een goed voorbeeld van een veld waar competitie de ontwikkelingen enorm zal versnellen. Als regeringen hun steentje bijdragen door grenzen te stellen aan vervuiling is het aan visionairen als Craig Venter, multinationals als Shell en Exxon en allerlei andere bedrijven om die competitie met elkaar aan te gaan.

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite