Wetenschappers over de hele wereld stapelen al jaren bewijs op bewijs, met maar één conclusie: de vis raakt op en binnen afzienbare tijd zijn de oceanen vrijwel leeg. Sinds de jaren vijftig is de totale visvangst in de wereld meer dan verviervoudigd en vele vissoorten worden bedreigd door overbevissing. En het ergste is: niet alle gevangen vis komt op de markt terecht, een groot deel van deze vis wordt dood terug in zee gegooid. Het is tijd voor de Europese Commissie om deze verspilling een halt toe te roepen en het falende quotasysteem overboord te gooien.

Een van de grootste ecologische rampen in de geschiedenis van de mensheid voltrekt zich momenteel in onze oceanen. Niet heel zichtbaar, want onder water, maar binnen afzienbare tijd heel voelbaar voor iedereen die wel eens vis eet. Dat het slecht gaat met de visstand staat niet ter discussie. Volgens de voedsel- en landbouworganisatie van de VN (FAO) is 6% van de vissoorten geheel weggevist, wordt 16% overbevist en wordt nog eens 44% zeer zwaar bevist. Genoeg reden dus om onze huidige methoden voor regulatie van de visserij eens onder de loep te nemen.

De Europese Unie werkt sinds 1983 met Total Allowable Catch (TAC). Een TAC is de totale hoeveelheid van een bepaalde soort vis die in een jaar aan land gebracht mag worden. Deze TAC’s vormen de basis voor de vangstquota van elke Europese lidstaat. Die quota worden dan binnen een land weer verdeeld over de vloot. Op dit systeem valt nogal wat aan te merken vooral met betrekking tot de gemengde visserij, waarbij er op meerdere soorten tegelijk wordt gevist. Het grootste probleem in de gemengde visserij is dat een schip het quotum voor een bepaalde vis al aangeland kan hebben, terwijl het quotum voor een andere soort nog niet is bereikt. Het schip blijft vervolgens vissen om ook het maximaal toelaatbare aantal van die andere soort te vangen, waarbij onbedoeld ook de vissoort waarvan het quotum al bereikt was nog steeds wordt bovengehaald. Deze vis mag niet meer worden aangeland, en wordt daarom vervolgens illegaal verkocht of dood terug in zee geworpen. Hetzelfde gebeurt met alle vis die te klein is voor consumptie (ondermaats). Hoewel er in principe moet worden gevist met netten met een maaswijdte die selecteert voor vissen van de juiste grootte, worden deze mazen tijdens het vissen door grotere vissen bedekt. Hierdoor blijft er alsnog veel ondermaatse vis in het net hangen.

Een oplossing voor het verspillende TAC-systeem is mogelijk een zeedagenregeling, waarbij elk schip een gelimiteerd aantal dagen per jaar mag vissen. Het beperken van het aantal zeedagen wordt in combinatie met het TAC-systeem af en toe al toegepast als het erg slecht met een bepaalde soort gaat. Zo is door de Europese Commissie een zeedagenregeling ingesteld voor de visserij op schol en tong, omdat beide soorten zwaar overbevist waren. Deze maatregel lijkt nu al vruchten af te werpen. De bestanden schol en tong worden inmiddels weer omvangrijker en in 2010 kan er meer van deze soorten gevangen gaan worden. Een zeedagenregeling in combinatie met een vangstquotum lijkt dus al beter te werken dan quota alleen.

Momenteel lijkt de verspilling die door het huidige systeem in de hand wordt gewerkt voor lief te worden genomen en hebben alternatieven voor een meer duurzame regulering van visserij binnen Europa nog weinig voet aan de grond gekregen. Wereldwijd is door WWF en Unilever inmiddels het Marine Stewardship Council opgezet, een keurmerk voor duurzame visserij. Echter, dit keurmerk is op vrijwillige basis en vissers kunnen zelf bepalen of ze hier aan willen voldoen. Voorlopig lijkt het tamelijk onwaarschijnlijk dat een dergelijk keurmerk het tij gaat keren zonder politieke druk. Het blijft dus de vraag wanneer de politiek ook eens de urgentie tot daadkrachtige acties inziet. Ik gok zo ongeveer tegen de tijd dat er echt geen vis meer te krijgen is.

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite