Over een kleine twee maanden stromen de universiteitssteden weer vol met eerstejaarsstudenten. Ze gaan de wereld en zichzelf ontdekken en zullen, al dan niet verplicht, ook tijd doorbrengen in de collegebanken. Om plaats te kunnen nemen hebben ze de jaren daarvoor kennis en vaardigheden opgedaan in de schoolbanken. Laat dat nu net de plek zijn waarvan velen vinden dat er niks meer geleerd wordt.

Onder de klagers over het niveau van onderwijs bevinden zich ook steeds vaker de wetenschappers die het academisch onderwijs verzorgen. Het middelbaar onderwijs is nu eenmaal verschraald, lijkt de heersende mening, het niveau gestaag gedaald, waardoor de universiteiten eerst de rol van het voortgezet onderwijs moeten overnemen, voordat het werkelijke intellectuele boetseren kan beginnen.

Het is deze verbitterde, vroeger-was-alles-beter houding die het middelbaar onderwijs al jaren in de houdgreep houdt. Het moet behoorlijk vermoeiend worden voor bevlogen, ambitieuze docenten, leerlingen en schoolleiders om altijd maar voor achterlijk te worden uitgemaakt. Winnen kunnen ze niet, want iedereen weet wel een voorbeeld te noemen van kennis, die zij wèl hadden toen ze van school kwamen of van treurige misstanden, soms uit de eerste, maar vaker uit de tweede en derde hand.

Het geklaag is vrijwel zonder uitzondering gebaseerd op ervaringen, zelden op onderzoek. Ik heb meer dan genoeg van het gejammer en omdat ik ook wel eens wat mee maak, deel ik graag twee hoopvolle ervaringen uit mijn eerste hand.

Op maandag 15 juni ontvingen 21 leerlingen en hun 12 docenten de eerste KNAW onderwijsprijs. Uit 460 ingezonden profielwerkstukken, een van de vernieuwingen van de verguisde tweede fase, selecteerde de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) de 12 allerbeste en beloonde de schrijvers met een studiebeurs van 1500 Euro en de docenten met een trofee en reis.

Een zorg van de KNAW was dat er helemaal geen 12 topwerkstukken zouden zijn. Wat dan? Het was precies andersom. De jury’s gevuld met wetenschappelijke toppers waren volstrekt overdonderd door het hoge niveau van de werkstukken. Robbert Dijkgraaf, president van de KNAW en een van de juryleden, sprak met een niet aflatende glimlach: de winnende leerlingen staan aan het begin van een glanzende carrière, misschien wel wetenschappelijk. De kwaliteit van de inzendingen is zo hoog, er is hoop voor het onderwijs.

Het is fantastisch dat de KNAW goed onderwijs wil belonen; het is minstens zo fantastisch dat de KNAW heeft gezien en uitdraagt, wat het onderwijs voor moois laat bloeien.

Tweede voorbeeld: onderwijs en bètawetenschap vinden elkaar bij  twee nieuwe vakken voor bovenbouw havo en vwo en blijken gezamenlijk inspirerend onderwijs te kunnen verzorgen. Wie had dat ooit gedacht. Het gaat hier om de vakken Natuur, Leven en Technologie (NLT) en wiskunde D.

Ik zat in een zaaltje op de wiskunde D-dag om een presentatie te zien over topologie in de klas. Een uitdaging, want topologie is nogal abstract met zijn theekopjes en donuts. Wat ik zag, was een student mathematische fysica die vertelde wat ze van plan waren, terwijl in de zaal de meeontwikkelende docent goedkeurend zat te knikken. Achterin de zaal zaten twee betrokken hoogleraren wiskunde de student te bewonderen.

Zulke hartverwarmende combinaties zie je steeds meer opduiken. Bij NLT en wiskunde D zijn onderwijs en wetenschap een kleine liefdesrelatie begonnen.

Hier zijn dan twee, wat mij betreft veelzeggende, voorbeelden waar onderwijs en wetenschap een glimlach op elkaars gezicht weten te toveren. De verbitterden schudden vast hun hoofd, maar wat een gelukkig huwelijk kan dit worden. Het is wat mij betreft een ontwikkeling die flink moet doorzetten. En daarom stel ik u beiden de volgende vraag: onderwijs en wetenschap, zult u samenwerken, met enthousiasme, met oog voor kwaliteit, voor nu, voor morgen en voor altijd? Wat is daarop uw antwoord?

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite