Op 3 november 2008 schreef Nobelprijs winnaar Gerard ‘t Hooft op sciencepalooza.nl over waarom we terug naar de maan moeten. Nu, 40 jaar (en een paar dagen) na de eerste stappen van Neil Armstrong op de maan her-publiceren we de droom van één van de beste wetenschappers die Nederland rijk is.


Planeten Palooza

door Gerard ‘t Hooft

Je moet een klein beetje getikt zijn. Als je speculeert over de mogelijkheid verre interplanetaire reizen te maken, of zelfs andere sterrenstelsels te gaan bezoeken, dan is er iets mis met je loyaliteit ten aanzien van de wetenschap. Die namelijk zou je gauw genoeg van zulke dromen afhelpen. Er zijn allerlei zeer zwaarwegende redenen om niet te willen proberen mensen naar Mars te sturen, of hen andere belachelijke ruimtereizen te laten ondernemen. Niet dat het principieel onmogelijk zou zijn, of dat het helemaal niets zou opbrengen, maar omdat dit verschrikkelijk omslachtige, dure, tijdrovende en uiteindelijk ook teleurstellende ondernemingen zouden worden. Zonder mensen naar Mars te sturen kun je veel meer over die planeet te weten komen door er robots naartoe te schieten, die uitgerust zijn met een heel scala van instrumenten waarmee ze veel meer waarnemingen kunnen doen dan mensen, terwijl robots geen lucht nodig hebben om te ademen, geen water of voedsel, alleen maar wat energie uit een batterij of zo, die geen verdrietige familieleden achterlaten als er iets mis gaat, die veel goedkoper zijn dan mensen, en die in de nabije toekomst nog veel beter gaan worden dan ze nu al zijn.

Als wetenschapper zou ik er zelf ook veel meer bij gebaat zijn wanneer moeizaam bijeengeschraapte fondsen aan betere en relevantere soorten onderzoek werden besteed dan aan pogingen mensen in een zeer vijandige omgeving vreemde reizen te laten overleven.

En toch. Je kunt je niet onttrekken aan de gedachte dat de mensheid meer ruimte moet hebben dan alleen de planeet Aarde wanneer het de verre toekomst betreft. Zonder dromen en speculeren stagneert de boel. De Maan, Mars, andere planeten en vooral de vele manen van die planeten, ze zijn er, je kunt erop rondlopen, er is bouwmateriaal aanwezig, zonne-energie en andere benodigde grondstoffen. De mensheid zou er zich kunnen gaan nestelen. Ineens zou dan de toekomst van de mensheid er dramatisch anders uit gaan zien. Ook de wetenschap zou hier uiteindelijk geweldig van kunnen profiteren; wetenschappers op naburige hemellichamen zouden samen met de thuisblijvers talloze fantastische projekten kunnen opzetten. Het allerbelangrijkst zou ik zelf de enorme uitdaging vinden van dit alles. Voortdurend wordt onze technische en wetenschappelijke kennis tot het uiterste op de proef gesteld. Het grote publiek zou daarmee voortdurend met wetenschap en techniek worden geconfronteerd. Ik geloof er ook niets van dat je grote fondsen hetzij aan het één, hetzij aan het andere kunt besteden, en dat je als wetenschapper dan maar voor je eigen winkeltje moet lobbyen, en dus geldverslindende ruimteprojekten moet afkeuren. Integendeel, als iets uitdagend, intrigerend en vernieuwend oogt, dan komen er fondsen voor, en dan heb je een èn-èn situatie, niet een òf-òf.

Wat er op dit ogenblik tegen een grote bemande ruimte-onderneming richting Mars pleit is een heel andere overweging. We kunnen namelijk zo wel raden wat er dan gaat gebeuren, want dat hebben we al gezien bij die fantastische Amerikaanse Apollo-missie naar de Maan: die maan staat nu namelijk al decennia lang leeg. Er is niemand. En dat gaat dan ook met Mars gebeuren. Er komt een missie, en als die slaagt, wat je mag hopen, dan komt er misschien nog een wat uitgebreidere missie. Maar dan is de nieuwigheid er vanaf, het geld is op, en de drive om er nog eens naar toe te gaan is weg: “Been there, done that”, zeggen ze dan.

Als je de toekomst van de mensheid op het oog hebt, dan wil je wat anders. Je wilt een menselijke kolonie, die zo is ingericht dat die uiteindelijk zichzelf kan bedruipen, die kan expanderen, en uit kan groeien tot een nieuw menselijk bastion, waar mensen wonen omdat ze het leuk en uitdagend vinden om daar te wonen. Is dit denkbaar?

Ja, maar dan moet je wel beginnen met de Maan. De Maan is dichtbij, die is in een paar dagen te bereiken, en niet pas na 8 maanden zoals Mars. Dat je er naartoe kunt is al aangetoond, en de afwezigheid van water en atmosfeer is lastig maar wel een bijkomstig probleem. Volatiele stoffen zoals water en lucht kun je in eerste instantie van de Aarde meenemen of op de Maan bijeenschrapen, en later zelf oogsten vanuit naburige planetoiden of langsscherende kometen. Tegen kosmische stralen moet je jezelf beschermen, en dat betekent dat de eerste onderkomens ondergronds zullen zijn, waarna er koepels kunnen worden gebouwd van dik glas om onder te wonen. Die Maan is een schitterend geschenk van de Natuur, waar we alle technieken voor het bouwen van een kolonie kunnen uitproberen. Als dat lukt, als we die ervaring hebben gehad, dan zullen Mars en andere hemellichamen niet lang meer buiten schot blijven, want dan zullen we weten hoe we er moeten komen en hoe we er kunnen blijven.

Zal de mensheid deze uitdaging durven aangaan? Of houden we het bij wat ons gezonde verstand ons zegt: hier blijven en gewoon doen?

Ik heb over dit en aanverwante onderwerpen een boekje geschreven: “Planetenbiljart“. Uitgegeven bij Prometheus. Maar als theoretisch fysicus heb ik een handicap: ik ken de beperkingen die de natuurwetten ons stellen, en dus klinken mijn fantasieën niet zo mooi als die van echte science fiction auteurs. Misschien dat daardoor de opbrengsten wat tegenvielen: noch door mijn collega’s, noch door het publiek word ik serieus genomen, om volstrekt tegenovergestelde redenen.

Gerard ’t Hooft ontving in 1999 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn werk aan de kwantumstructuur van elektro-zwakke interacties. Hij is hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht, auteur van een hele berg wetenschappelijke artikelen en een aantal (populair) wetenschappelijke boeken, en ziet de “natuur als een grote puzzel waarvan hij de stukjes in elkaar probeert te passen”.