Puffen zit tussen de orenElke zaterdag grijp ik de ochtendkrant uit de brievenbus om onder het genot van een mok koffie het nieuws tot me door te laten dringen. Mijn blik glijdt meestal als een bezetene over de uitnodigende koppen om kersverse feiten te selecteren die het meest tot de verbeelding spreken. Zo ook afgelopen zaterdag:

“Puf-les bij bevalling is nutteloos”

Zodra vrouwen, mama’s in spé zijn, worden ze heen en weer geslingerd tussen warme moedergevoelens en angst voor wat komen gaat. Goed bedoelde adviezen over kolven en kloven zijn vanaf dat moment onderwerp van gesprek. Ook puffen is er zo eentje.

Laat er nou net een stel Zweedse wetenschappers van het Karolinska Instituut zijn die de heilzame werking van al dat gepuf in twijfel trokken. Ze kwamen tot de briljante bevinding dat puffen er niet voor zorgt dat de bevalling beter verloopt. Vrouwen die een cursus hadden gevolgd, met pufonderdeel, vroegen namelijk net zo vaak om een ruggenprik, kregen even vaak een keizersnee en deelden dezelfde gevoelens met vrouwen die niet aan puffen onderhevig waren geweest.

Dit laatste riep bij mij enige weerstand op. Ik vind het nogal vaag om te beweren dat vrouwen, al dan niet puffend bevallen, ‘dezelfde gevoelens’ delen. Ja, natuurlijk zijn ze allemaal blij dat het kind er eindelijk is. En uiteraard maakt dat al die ontberingen op het kraambed in één klap goed. Maar dat is achteraf. Het gaat om de aanloop er naar toe. Als zwangere vrouwen net dat beetje extra vertrouwen krijgen in een goede afloop, mogen ze dan alstublieft in de waan blijven dat puffen hen bij zal staan onder erbarmelijke omstandigheden?

Dankjewel.