In Nederland zijn nog steeds veel te weinig vrouwen professor. Volgens de nieuwste gegevens van de EU bekleedt Nederland op dit moment met 11% vrouwelijke professoren de 29e plaats van 33 Europese landen (zie link).
Een interessant onderzoek aan de Universiteit van Tilburg uit 2008 laat zien dat de slechte carrière kansen niet verklaard kunnen worden doordat vrouwen meer zorgtaken hebben (ook al hebben ze die wel), of omdat vrouwen minder ambitie zouden hebben dan mannen (dat hebben ze nl. niet). Het ligt, volgens het Tilburgse onderzoek, vooral aan onbewuste vooroordelen tegen vrouwen, bijvoorbeeld dat ze minder ambitieus zouden zijn, en aan het feit dat vrouwen meestal niet in dezelfde informele netwerken zitten als mannen.

Vooroordelen
Vooroordelen en informele netwerken bepalen dus mede wie het maakt aan de universiteit. Dat is misschien niet zo verassend. Maar het is wel frappant dat dit juist in de wetenschap het geval is. Van iedereen zou toch juist de wetenschapper moeten weten dat we niet zomaar op ons gevoel kunnen vertrouwen? Daarom gebruiken wetenschappers tenslotte statistische methoden en doen ze dubbelblinde proefen.

Als een wetenschapper wil bepalen of een hypothese waar is probeert hij/zij zijn/haar gevoel uit te schakelen en objectief te meten. Maar als het gaat om personeelsbeleid of sollicitatieprocedures, blijkt die precisie nogal eens te missen. Uit een Amerikaans onderzoek bleek bijvoorbeeld dat leidinggevenden de ambitie en de output van vrouwelijke wetenschappers met kinderen lager inschatten dan ze in werkelijkheid zijn. Deze inschatting bleek later een effect te hebben op het krijgen van promotie (of niet).

Het resultaat, volgens gronings onderzoek, is dat het personeel aan Nederlandse universiteiten vaak ontevreden is, en vrouwen zijn ontevredener dan mannen. De respondenten uit dit onderzoek oordelen: “als werkorganisatie is de universiteit niet aantrekkelijk, niet alleen vanwege het gebrekkige loopbaanperspectief, maar ook vanwege de wijze van aansturing en bestuur.” Voor de universiteiten betekent het dat getalenteerde onderzoekers (m/v) blijven steken in de lagere functies of zelfs de universiteit verlaten.

Duidelijk
Als oplossing stel ik het volgende voor: de universiteiten moeten duidelijk maken wat de criteria zijn waaraan iemand moet voldoen voor een carrière aan de universiteit. Ik zou ze uit willen dagen een formule (in de vorm van een puntensysteem) te bedenken waarnaar ze kandidaten voor universitair (hoofd) docent of professor banen beoordelen. De formule zou er zo uit kunnen zien:

aantal gepubliceerde artikelen + aantal gegeven cursussen + aantal georganiseerde congressen + hoeveelheid verworven onderzoeksgeld (in tonnen) + aantal belangrijke outreach-activiteiten.

Hoe goed iemand scoort met deze formule zou moeten bepalen of iemand promotie krijgt en of een sollicitant uitgenodigd wordt voor een gesprek. In een bepaalde faculteit zou iemand bijvoorbeeld universitair docent kunnen worden als hij/zij een x-aantal punten heeft.

Natuurlijk moet er goed nagedacht worden over zo’n formule. Tellen alle publicaties even zwaar, ook die in Nature? Moeten kandidaten een minimum aantal publicaties hebben en een minimum aan onderwijservaring? Ik ben ervan overtuigd dat de universiteiten daar wat behoorlijks kunnen bedenken. Tenslotte doen wetenschappers al lang aan het kwantificeren van output. Vooral in de natuurwetenschappen is het tellen van artikelen en hun impact een alledaagse bezigheid geworden. De voorgestelde formule maakt de criteria niet veel anders, alleen transparanter.

Zes publicaties
In advertenties zou voortaan precies kunnen staan aan welke voorwaarden de sollicitant moet voldoen. Soms gebeurt dit al. Het instituut ISED aan de Universiteit van Amsterdam vraagt bijvoorbeeld minstens 6 internationale publicaties in de laatste 6 jaar. Zo’n criterium is mij een beetje te simpel (die zes publicaties kunnen ook flut publicaties zijn waar de auteur 25e auteur was). Toch vind ik het veel duidelijker dan het vage “aantoonbare ervaring met het zelfstandig uitvoeren en publiceren onderzoek”.

Ik ben ervan overtuigd dat duidelijke criteria ervoor kunnen zorgen dat de beste wetenschappers professor worden, ook mensen van wie we dat misschien in eerste instantie niet verwachten, bijvoorbeeld omdat ze vrouw zijn. Het zou de Nederlandse universiteiten goed doen!

Dit stuk verscheen ook op de Opinie pagina van de Volkskrantsite