de biologische identiteit bestaat ook nietMaxima, een immigrante nota bene, had het lef te zeggen dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. Hoe durft ze! Terwijl de rest van Nederland nog steeds bezig is elkaar etnisch-religieuze etiketten op te plakken, heeft zij allang door dat ‘identiteit’ een uitermate rekbaar en onbruikbaar begrip is.

En dat geldt niet alleen in culturele zin. Aan de hand van twee voorbeelden uit de biologie zal ik illustreren dat ‘identiteit’ veranderlijk en vloeibaar is, en dat onze fixatie op duidelijke categorieën contra-productief kan werken.

Neem ‘Abby en Britty‘, een Amerikaanse Siamese tweeling met één lichaam en twee hoofden. Ieder meisje heeft controle over de ‘eigen’ helft van het lichaam. Abby bestuurt de linker ledematen, Britty de rechter. Door samen te werken kunnen ze autorijden, fietsen en sporten. Verder kibbelen ze heel wat af, en dus zou je zeggen: het zijn twee personen met ieder een eigen identiteit.

Hoewel: ze delen vele organen, inclusief die voor voortplanting. Als Abby zich verspreekt, dan gaan beide handen naar Abby’s gezicht uit schaamte. En als ze een e-mail typen, hoeven ze nauwelijks te overleggen. Verder gebruiken ze dan ‘ik’ als ze het met elkaar eens zijn, en niet ‘wij’. Dus: Soms één, soms twee? Of anderhalve identiteit? Kan dat dan?

De tweeling functioneert overigens gewoon prima zonder in een identiteitscrisis te raken. Het is eerder de rest van de maatschappij die moeilijk doet. Het feit dat de tweeling twee keer rijexamen moest afleggen (één keer voor ieder meisje) illustreert dit op bijna lachwekkende manier. Dat kan nog grappig worden als ze zwanger worden en er drie mensen op de geboortepapieren moeten staan.

Een ander voorbeeld van ‘overlappende’ identiteiten is interseksualiteit. De meeste mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken kiezen ervoor zich te identificeren als man OF als vrouw, maar niet als allebei. Echter, veel interseksuelen willen en kunnen helemaal niet kiezen, maar worden daartoe (onbewust?) gedwongen door de rest van ons. Als je een paspoort aanvraagt zijn er slechts twee aanvink-hokjes: M of V (‘kruis één aan’). Maar waarom zou je iemand vragen om een keuze te maken? Voelen we ons bedreigd in ons eigen man/vrouw-zijn als we tussenvormen toestaan?

Hoewel het begrip identiteit dus vrij vloeibaar is in biologische zin, verwachten we in politiek opzicht dat er geen mengvormen bestaan. Neem het eerder genoemde Maxi-drama. Of het gekissebis over de dubbele nationaliteit. Duidelijkheid moet er zijn! Ben je Nederlander of Marokkaan?

Het probleem is dat we ‘identiteit’ nog wel eens verwarren met ‘loyaliteit’. Dit resulteerde in de internering van Japanse Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en de ‘communistenjacht’ op linkse burgers in de periode erna. En vandaag de dag ben je als Islamiet al gauw een potentiële terrorist. De geschiedenis herhaalt zichzelf.

Het is aannemelijk dat de basis voor dit groepsdenken evolutionair gelegd is toen het zin had om bang te zijn voor vreemdelingen. Ze kunnen je immers vermoorden en nemen soms nieuwe ziektes mee. Niet zo lang geleden was dit nog van toepassing op de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Zij werden niet alleen geveld door Europese geweren, maar vooral door hun ziektes. Omdat er maar  weinig Indianen geweest zullen zijn die zich als Europeaan identificeerden, was er geen verwarring tussen identiteit en loyaliteit.

We leven momenteel echter in een veranderde wereld die mobieler en individueler is dan ooit. Een wereld waarin het medisch en cultureel mogelijk is meerdere identiteiten tegelijk aan te nemen. Die identiteiten veranderen ook nog eens continu onder invloed van woonplaats, vrienden en werk. En dat heeft niks met loyaliteit te maken. Als we die fixatie los kunnen laten, dan hoeven een Islamitische en een Nederlandse identiteit elkaar ook niet meer uit te sluiten.