Dik, Dun, DoodTe dikke mensen gaan sneller dood, dat weten we nu wel. Maar dat dunne mensen ook een verhoogd risico lopen om vroegtijdig te overlijden, is iets nieuws.

Er zijn meerdere methodes om ‘dikheid’ te meten: middelomtrek, middel-heup verhouding, en de BMI index (aantal kilogram gedeeld door lengte in meters in het kwadraat. Bijvoorbeeld 75:(1.79×1.79)=23.4

In The Lancet staan deze week de gecombineerde resultaten van 57 studies naar de relatie tussen BMI index en mortaliteit. Maar liefst 900.000 mensen werden gemiddeld 30 jaar gevolgd, wat een schat aan informatie heeft opgeleverd. Uiteraard zijn de resultaten gecorrigeerd voor leeftijd, sekse, roken en opleiding.

De optimale levensverwachting hebben mensen met een BMI van 22.5-25. Daarboven gingen de deelnemers voornamelijk vroeger dood aan hart- en vaatziekten, diabetes en nier- en leverfalen. Voor iedere 5 BMI punten steeg het risico met 30%, een flinke stijging dus. Wat we allang wisten is nu dus onomstotelijk in cijfers uitgedrukt: dikkerds gaan eerder dood.

Hoewel muizen en wormpjes langer leven als ze te weinig eten (calorie-restrictie), geldt dat blijkbaar voor mensen niet. Als je tussen de 18.5 en 22.5 zit, heb je namelijk meer kans (3 tot 4 keer) te overlijden aan ademhalingsziektes en longkanker. En onder de 18.5 ga je uiteraard gewoon dood door de honger.

Zelfs na correctie voor roken bleef dat opmerkelijke verschil bestaan (hoewel wel veel kleiner uiteraard) en de onderzoekers kunnen niet verklaren waarom. Een mogelijke verklaring is dat een beetje vet op de heupen bufferend kan werken tegen uitputtende ziektes. Een andere verklaring die wordt aangedragen is dat dunne mensen weinig ‘lean mass’ hebben (Alles in je lichaam behalve vet. Dus spieren, botten, organen). Dat zou een subtiel maar negatief effect kunnen hebben op de stofwisseling. Het blijft bij speculatie voorlopig.

Ik denk dat ik (BMI 20.5) maar even een kroketje voor lunch neem vandaag.