Over tien jaar gaan er in Nederland nog steeds mensen dood aan kanker. Mijn moeder wist me vorige week echter te vertellen dat kanker binnen die tijd een chronische ziekte zou zijn. Had ze ergens gehoord op de radio. Ze leek opgelucht en ze was vast niet de enige. Kanker is doodsoorzaak nummer 1 en het ziekteverloop is vaak naar.

Helaas wordt kanker voorlopig geen chronische ziekte. Dat was althans niet de conclusie van het persbericht waarop het radiobericht gebaseerd was. Bedankt media, voor het geven van valse hoop.
Het is een terugkerend fenomeen. Iemand legt me wetenschapsnieuws voor uit krant, tv of radio en ik denk: ‘dat is vast niet zo naar buiten gebracht.’ Vaak denk ik erachteraan: ‘Die verdomde sensatiezucht van journalisten doet meer kwaad dan goed!’ Een overdreven emotionele reactie, ik weet het, maar deze gaat vooraf aan de volgende, objectievere vraag: waar verdwijnt de nuance en wiens schuld is dat?

Van wetenschap tot een berichtje op nu.nl of een item in het acht uurjournaal, gaat regelmatig iets mis. Wat overblijft van de oorspronkelijke boodschap is onwaar, mist belangrijke informatie of is opgeklopt.

Op zoek naar het antwoord hoorde ik van een onderzoeker die, samen met een persvoorlichter, het acht uur journaal heeft verzocht het item over zijn onderzoeksresultaten – hij had een gen ontdekt dat uitzaaiingen leek te veroorzaken – niet uit te zenden. Dat zou hoe dan ook verkeerde verwachtingen wekken. Het gebeurde toch, met hartverscheurende verzoeken voor hulp aan op sterven liggende dierbaren tot gevolg. Er was in de verste verten geen medicijn tegen uitzaaiing in zicht.

Een andere wetenschapper vertelde mij hoe hij op de website van de Wereldomroep veel te stellige nepcitaten (‘Dit is een doorbraak!’) van zichzelf tegenkwam over mogelijke therapieën naar aanleiding van zijn onderzoek naar een ernstig virus.

Klootzakken zijn het, journalisten. Uit op sensatie en zoveel mogelijk lezers, luisteraars en kijkers. De arme, onschuldige wetenschappers in verwarring achterlatend en het publiek vol valse hoop of cynisme jegens de wetenschap.

Maar wacht. Hoe kwamen die journalisten eigenlijk aan de onderzoeksresultaten? De gemiddelde nieuwsjournalist leest geen Science of Nature, laat staan Journal of Virology. Veel nieuws bereikt journalisten via persberichten en die hebben zichzelf niet geschreven. Dat hebben persvoorlichters gedaan, in nauw overleg met de wetenschappers. Dat is de eerste klap voor de nuance. In het persbericht staat alles feitelijk correct omschreven, maar wel zo sensationeel dat een journalist het bericht hopelijk oppikt.
Dat kan een wetenschapsjournalist zijn en dan is iedereen blij. Die heeft meestal verstand van zaken en wat meer woorden te besteden (en het artikel in de wetenschapsbijlage van NRC of Volkskrant gaat ingelijst boven het bed van de wetenschapper). Het kan ook een nieuwsjournalist zijn die een enkele minuut wil vullen in het RTL nieuws. Nog beter, nu hoort en ziet heel Nederland het onderzoek en het onderzoeksinstituut. Wat een reclame.

Boem! Daar is de tweede klap voor de nuance: de journalist wil een korte, duidelijke boodschap, maar snapt het onderwerp net (niet). De wetenschapper heeft het echter wel zelf gedaan. Nu niet gaan jammeren als de boodschap onvoldoende de woorden ‘verwacht’ en ‘waarschijnlijk’ bevat.

Domme of bewuste fouten van de journalist daargelaten, die zijn schandalig, heb ik geen direct antwoord op de vraag wie de schuld heeft – de wetenschapper, persvoorlichter of journalist-, maar er is wel onoverbrugbare onverenigbaarheid tussen wetenschappers en hun drang naar voorzichtigheid en journalisten die door onbegrip en beperkte ruimte, niets ander kunnen dan de boodschap vereenvoudigen.

Een bevriende onderzoeker schreef me naar aanleiding van mijn schuldvraag: ‘Het merkwaardige is dat als wetenschap door een journalistiek filter wordt gehaald het juist aangedikt lijkt te worden in plaats dat het helderder wordt.’

Het aandikkingsfilter kan er prima tussenuit bij het maken van een wetenschappelijk item. Goede wetenschap is doordacht, genuanceerd en kritisch. Wetenschappers zijn niet snel ergens zeker van. Benoem dat. Het is de kracht van wetenschappelijk onderzoek. Dat brengt ons verder. Iedereen zou dat wel eens wat vaker mogen horen. Of is het publiek daar te dom voor?

Dit stuk verscheen ook op de Volkskrantsite