kolibrieEr is een speciaal type ‘natuurlijke selectie’ dat Darwin reeds beschreef in zijn beroemde boek The Origin of Species: ‘seksuele selectie’. Het betekent dat partners elkaar kiezen (selecteren) op basis van eigenschappen die als seksueel aantrekkelijk worden ervaren, maar ogenschijnlijk geen nut voor overleving dienen. Bij sommige diersoorten zoals de pauw is dit vooral bij de mannetjes duidelijk zichtbaar. Die extravagante staart zit maar in de weg natuurlijk, en dient ‘alleen maar’ om vrouwtjes te imponeren.

Nu zijn er wel theorieën over waarom vrouwtjes de voorkeur geven aan zo’n uitbundig uitgedost mannetje. Als een pauw heel gezond is, en energie vrij te besteden heeft voor het onderhoud van zo’n staart, en daarnaast ook nog roofdieren kan ontkomen met zo’n lastig ornament, dan moet hij wel HEEL gezond zijn. Dus de staart is een uithangbord voor gezonde genen. Deze theorie lijkt wel te kloppen, aangezien zieke mannetjes (bijvoorbeeld door infectie met parasieten of virussen) minder uitbundige en gekleurde staarten hebben. Ze hebben eenvoudig alle energie nodig om de infectie te bestrijden.

Tot nu toe werd altijd maar aangenomen dat zo’n uitbundige staart in de weg zou zitten bij het vliegen, vanwege de grotere luchtweerstand. (Daar kan ik me wel wat bij voorstellen als ik naar de pauw kijk.) Maar nu is dat eindelijk eens ECHT getest in een leuke proefopstelling. De resultaten staan deze week in ‘Proceedings of the Royal Society of Biological Sciences’.

kolibrieopstelling (c) proc.r.soc.b

De wetenschappers lieten kolibries (soort Calypte anna) vliegen in een windtunnel. Bij sommige vogels verlengden ze de staarten met veren van een andere kolibriesoort die van nature een lange staart heeft (Trochilus polytmus), en bij andere dieren knipten ze juist de staart nog korter. Vervolgens maten ze de maximum vliegsnelheid, en de hoeveelheid energie (zuurstof) dat dit kostte. Hiervoor lieten ze de vogels in een ‘maskertje’ vliegen zodat de zuurstofopname gemeten kon worden (zie plaatje boven). De kolibries deden dit vrijwillig omdat er suikerwater in het masker zat verstopt, dus voor de vogels was het net alsof ze een bloem bezochten zoals in het wild.

De onderzoekers vonden dat een langere staart de ‘metablic cost’ (zuurstof opname) tot 11% verhoogde, vooral bij hogere vliegsnelheden. En de maximum vliegsnelheid was 3-4% lager. Als de staart bijna volledig werd afgeknipt, dan ging de maxiumum snelheid ook omlaag (2%). Al met al zijn de kosten voor het hebben van een lange staart dus helemaal niet zo dramatisch, concluderen de onderzoekers. Dit betekent dus dat je als mannetje best lekker kan uitpakken met je staart, zonder dat het je bewegelijkheid in de lucht negatief beïnvloedt. De wetenschappers speculeren dat een lange, uitbundige staart (wat vaak voorkomt bij vogels) veel minder lastig is dan lange, uitbundige vleugels (wat nauwelijks voorkomt). Evolutie heeft dus een ornament ‘bedacht’ dat niet TE lastig is in de dagelijkse praktijk.

Tenslotte nog een leuk feitje: alle dieren voor het experiment werden eerst in het wild gevangen, 2 dagen getraind om te vliegen in de windtunnel, en na het experiment weer vrijgelaten. Wat een contrast met de miljoenen-industrie van proefdieren! (Ik hoorde van een collega dat een ‘schoon konijn’ voor vaccinstudies momenteel £120 ‘kost’.) Nee, dit onderzoek is echt ‘Old School Biology’, ik word er helemaal warm en nostalgisch van!