Darwin_ArtsResistentie van ziekteverwekkers tegen medicijnen is één van de grootste medische problemen van dit moment. Door het ontstaan van resistentie gaan mensen nog steeds dood aan malaria en weer dood aan Staphylococcus infecties. Daarnaast is resistentie ook een groot probleem bij HIV en kankercellen. Resistentie ontstaat door evolutie. Waarom werken artsen en evolutiebiologen niet samen om dat probleem op te lossen?

Darwin
Evolutiebiologie is de laatste tijd veel in het nieuws. Dat is te danken aan de verjaardag van Darwin en aan creationisten die folders versturen. Ik denk dat de meeste evolutiebiologen in de afgelopen maanden vaker zijn uitgenodigd voor praatjes of radio-interviews dan ooit tevoren.

Ikzelf werd uitgenodigd door de lokale volksuniversiteit om te praten over resistentie en evolutie. Leuk, dacht ik, dan kan ik laten zien dat evolutiebiologie ook nuttig is. Vaak wordt namelijk de evolutiebiologie vrijwel uitsluitend als fundamentele wetenschap gepresenteerd, en niet als toegepaste wetenschap (zie bijvoorbeeld de nederlandse Darwinjaar website).

Bij het voorbereiden van mijn praatje bleek echter dat de evolutiebiologie verrassend weinig zegt over de evolutie van resistentie. In de boeken wordt resistentie wel altijd genoemd als voorbeeld van evolutie, maar daarmee houdt het dan ook zo ongeveer op. Op de laatste Europese evolutie conferentie, bijvoorbeeld, waren maar een handvol praatjes over resistentie tegen medicijnen.

Oninteressant?
Evolutiebiologen en medici lijken het er over eens te zijn dat de evolutie van resistentie simpel is en al helemaal begrepen. We weten wat er gebeurt (resistentie ontstaat) en we weten wat we ertegen kunnen doen (combinatietherapie en minder antibiotica gebruiken). Jammer genoeg is het niet zo simpel.

Een voorbeeld: bij sommige HIV medicijnen en ook bij kuren tegen tuberculose is het ontzettend belangrijk dat de patiënten zich aan hun regime houden.

Resistentie evolueert namelijk vooral bij patiënten die onregelmatig medicijnen slikken. Het rare is dat de situatie bij andere HIV medicijnen omgekeerd is, daar krijgen de brave patiënten eerder resistentie dan de slordige.

Het is onduidelijk waarom dat zo is.

Selectiedruk
Slikt een patiënt altijd zijn medicijnen, dan is er meer selectiedruk en zullen resistentie mutaties zich eerder verspreiden in de virus- of bacteriepopulatie in het lichaam. In dit geval verwachten we dat meer medicijnen tot meer resistentie leiden.

Slikt de patiënt niet altijd zijn medicijnen, dan kan de virus- of bacteriepopulatie groeien. In een grotere populatie ontstaan meer mutaties, dus is ook de kans groter dat resistentie mutaties ontstaan. We verwachten hier dat juist minder medicijnen leiden tot meer resistentie.

Kwantitatief
Zo bekeken zijn allebei de uitkomsten logisch. Om te voorspellen of meer selectiedruk of meer mutaties belangrijker zijn, hebben we kwantitatieve rekenmodellen nodig en nauwkeurige meetwaarden (bijvoorbeeld hoe groot de virus populatie op ieder moment is).

En de rekenmodellen die voor dit soort vragen nodig zijn bestaan in de evolutiebiologie. De juiste data hebben de medici. Samen zouden ze het raadsel kunnen oplossen en kunnen bepalen welk behandelplan het beste is om de patiënt te genezen en resistentie te voorkomen.

Dat evolutiebiologen en medici weinig met elkaar communiceren betekent ook dat oude ideeën lang kunnen blijven bestaan. Zo komt het dat artsen jarenlang tijdens hun opleiding hebben geleerd dat antibioticaresistentie ontstaat als de patiënt zijn kuur niet afmaakt, terwijl er helemaal geen sluitend bewijs is dat bij normale bacteriële infecties (zoals Staphylococcus) onafgemaakte kuren tot resistentie leiden!

Sterker nog, er is heel veel bewijs dat veel gebruik van antibiotica juist leidt tot meer resistentie. Staphylococcus lijkt dus een geval van meer medicijnen, meer resistentie.

Nobelprijs
Alleen als artsen en evolutiebiologen samenwerken kan het resistentie probleem worden opgelost. Daarvoor moeten evolutiebiologen hun ogen open doen en zien dat resistentie een interessant en belangrijk probleem is en artsen moeten zich realiseren dat het handig is om met evolutiebiologen samen te werken.

En als dat lukt? Dan kunnen veel levens gered worden en geld bespaard. En dan vieren we over 10 jaar niet Darwins 210de verjaardag, maar de Nobelprijs voor het oplossen van het resistentie probleem.

Dit stuk verscheen ook als column op de volkskrantsite.