Wetenschappers houden zich graag afzijdig; dat zit in onze aard. Het is daarom opvallend hoe druk we ons maken over evolutie, en in de rij aansluiten om iets te zeggen over het non-wetenschappelijke karakter van het scheppingsverhaal. Maar als het echt ergens over gaat – ik noem de toepassing van embryoselectie in de praktijk – kijken we snel een andere kant op. Nadine was stoer genoeg om het onderwerp twee weken geleden aan te kaarten in de Volkskrant. Zij liet zien dat staatssecretaris Bussemakers geen haast heeft met het samenstellen van een commissie Embryo, waarin wetenschappers samen met artsen, ethici en de mensen die het persoonlijk aangaat scenario’s voor embryoselectie zouden uitdenken.  En zelfs bij het uitkomen van een worst case – ivf-pionier Jeff Steinberg kondigt aan in zijn kliniek embryoselectie op oog- en haarkleur toe te passen – staat er niemand met inhoudelijk inzicht op. In plaats daarvan voeren GeenStijl en drie filosofen de boventoon in het debat. Die lopen echter achter, want Steinberg heeft zijn selectieprogramma inmiddels ingetrokken. Maar toch, geen wetenschapper die zich roert. Om ervoor te zorgen dat embryoselectie gaat plaatsvinden in een publieke setting – en dat moet, volgens mij ­- moeten wetenschappers zich laten horen.

Embryoselectie is onschuldig, tenzij het in een kliniek als die van Jeff Steinberg gebeurt. Steinberg heeft een privékliniek, en maakt dus winst. Hij heeft dat redelijk goed onder de knie, en dat is geen schande, maar zijn kliniek is daarmee niet geschikt voor embryoselectie. De reden is dezelfde als bij direct-to-consumer genetische tests: de uitkomst ervan grijpt in op veel levens. En dus is er behoefte aan uitgebreide en altijd beschikbare begeleiding. Die kunnen privé-klinieken niet bieden; ze moeten winst maken, en dus betaalt de klant extra voor iedere minuut buiten het standaardpakket. Toch bieden juist privé-klinieken de nieuwe technologieen aan. Tegenhouden kan dan niet meer, dus moeten academische klinische centra inspringen, en werken aan toepassingen in een publieke setting.

Nu Steinberg embryoselectie op oog- en haarkleur toch niet doorzet, lijkt het gevaar geweken. Toch zou het voor Bussemaker en de haren een teken moeten zijn om de commissie snel te installeren. Embryoselectie op uiterlijke kenmerken (en later ook op andere kenmerken) gaat namelijk komen. Een pro-actieve houding van het publieke domein – met al zijn wetenschappers, artsen en ethici – voorkomt een hoop ellende.