De economie ligt in de goot, of beter nog, ligt in een kilometers diepe krater. Alsof iemand te veel gist heeft toegevoegd rijzen de werkeloosheidcijfers rustig het broodblik uit. En ondertussen zuigen zombie-banken het laatste restje leven uit de troosteloze overblijfselen van de economie. In deze tijd om meer geld vragen voor onderzoek, je moet het maar durven.

Deze week stond in de bladen PloS Medicine en Science een mooie figuur waarin werd uitgelegd naar welke infectieziekten het meeste onderzoeksgeld gaat (zie figuur hieronder). Geen verrassing hier, het meeste geld gaat naar onderzoek aan HIV/AIDS, malaria en tuberculose. Vele miljoenen mensen sterven jaarlijks aan de gevolgen van deze ziektes, dus die investering is volgens mij geheel terecht.

De figuur laat ook zien wat voor impact een ziekte heeft op de maatschappij, gemeten in ‘disability adjusted life years’ (DALY). De DALY is kortweg een maat die de last van een ziekte kwantificeert en is gebaseerd op het aantal jaren dat iemand in slechte gezondheid leeft als gevolg van een ziekte en de jaren die verloren gaan door sterfte als gevolg van een bepaalde ziekte. Dus hoe hoger de DALY, hoe groter de impact van de ziekte op de maatschappij.

Ook hier scoren HIV/AIDS, malaria en tuberculose ‘goed’; er gaan per jaar meer dan 12 miljoen levensjaren verloren. Kijk je nog een keer naar die figuur dan valt op dat de ‘grote drie’ niet de hoogste DALY hebben. Die twijfelachtige eer gaat naar de ziekteverwekkers die diaree, longontsteking en hersenvliesontstekingen veroorzaken. En het meest opzienbarende is dat deze ziektes nog niet een tiende van het HIV/malaria/tuberculose budget ontvangen!

Laten we nou in mijn lab voor de helft aan een diaree ziekte werken (cholera) en voor de andere helft aan de belangrijkste bacteriële veroorzaker van longontsteking en meningitis (Streptococcus pneumoniae). Ik durf het wel: “Er moet veel meer geld geïnvesteerd worden in onderzoek naar deze ziekteverwekkers! Het terugdringen van het aantal verloren levensjaren zal iedere economie ten goede komen.”

Mijn bankrekening is bij de redactie bekend.