De BBC website brengt ons vandaag ‘de oplossing’ voor een lang leven: … [trommelgeroffel] … ‘Goede voeding en sporten!!’. Goh dat wisten we nog niet ;-)

Maar ach, altijd weer leuk om te lezen dat ik NIET in de risicogroep thuishoor. Ik sport, ik rook niet, drink nauwelijks, ben praktisch vegetariër: toppie joppie voor m’n levensverwachting.

Maar toen verpestte PLoS Pathogens het weer es. De grootste risicofactor voor een kort en ellendig leven is … het hebben van een Y-chromosoom. Argh, heb ik weer!

Je hoeft maar een willekeurig bejaardentehuis in te lopen om te zien dat in onze soort de vrouwjes langer leven dan de mannetjes. Enerzijds komt dat doordat vrouwen gewoonweg minder snel slijten, anderzijds doordat mannen vaker pech hebben en sneller zwak, ziek en misselijk zijn.

In 2006 werden 11 doodsoorzaken van mannen en vrouwen onderzocht in 20 verschillende landen, inclusief ongelukken, moorden, infectie-ziekten, en niet-infectie-ziekten. De uitkomst liet zien wat we allemaal allang weten: de mannen trekken altijd aan het kortste end. En dat geldt trouwens ook voor niet-menselijke zoogdieren: in meerdere soorten hebben de mannetjes veel vaker last van parasieten, en ondervinden meer last van die parasieten dan de vrouwtjes.

In dit opinie artikel in PLoS zoekt de auteur de oorzaak in evolutie. Namelijk dat mannen en vrouwen op verschillende wijze hun evolutionaire succes optimaliseren. En dat doen ze via seks.

Kort gezegd inversteren in veel diersoorten (inclusief de mens) vrouwtjes veel meer in nakomelingen dan mannetjes. Ze hebben een gelimiteerd aantal eicellen, en kunnen maar enkele keren zwanger worden. Ze moeten dus goed opletten met wie ze paren. Mannen daarentegen verhogen hun evolutionaire succes door het juist met zoveel mogelijk vrouwen te doen. Mannen hangen -in evolutionaire zin- het motto ‘live hard, die young’ aan. Denk bijvoorbeeld aan vechtende herten, zeeleeuwen of gorilla’s. ‘The winner takes it all’, en zal vader worden van 90% van de jonkies in een kudde.

Het artikel suggereert dat stress en hoge concentraties van testosteron het afweersysteem verzwakken en ervoor zorgen dat mannetjes vaker last hebben van parasieten. Dat is de prijs die betaald wordt: je investeert in een gewei en je gewicht, maar dan heb je minder energie voor je afweersysteem.

De auteur hypothetiseert dat in diersoorten waar minder gevochten wordt, en een meer monogame levensstijl wordt gehanteerd, mannen langer leven en minder parasieten/ziektes hebben. Ik zeg bewust ‘hypothese’ omdat er nog maar weinig experimentele data uit het wild voorhanden zijn. Er is wel gevonden dat in verschillende zoogdiersoorten waarbij de mannetje veel groter zijn dan de vrouwtjes (een aanwijzing voor ‘live hard, die young’), de mannetjes vaker last hebben van parasieten dan de vrouwtjes. In monogame soorten is er geen/een kleiner verschil tussen mannen en vrouwen.

Het artikel keuvelt dan nog wat voort over hoe je hier een wiskundig model van kan maken (ik zal u hier niet mee lastig vallen). De conclusie is dat de zogenaamde ‘gender gap’ (het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen, deels veroorzaakt door roken/drinken/roekeloos rijden/criminaliteit), wellicht nooit volledig gesloten kan worden, omdat in evolutionaire zin mannen en vrouwen andere investeringen maken in hun lichaam.

En oh ja, de auteur van het artikel was een vrouw (eerlijk toegeven, wie van jullie had bij het woord ‘auteur’ een man in gedachten?). Zou dat haar conclusie hebben gekleurd? “We shouldn’t have unrealistic notions about what we are likely to accomplish [in closing the gender gap].” Ja, das makkelijk praten!