Je kan er niet omheen. Het is het jaar van Charles Robert Darwin. 200 jaar geleden werd de goede man geboren, en 50 jaar later schreef hij ‘On the Origin of Species’: het boek dat ervoor zorgde dat de bijbel in mijn boekenkast op het plankje ‘fictie’ staat. Nietzsche mag God dan hebben doodverklaard, het was toch echt Darwin die de trekker overhaalde.

Vooral in Engeland (Darwins geboorteland, en waar ik nu woon) kunnen ze er geen genoeg van krijgen: het ene na het andere TV programma ratelt het bekende verhaal af: rijkeluis-zoon wilde geen dokter worden, ging op een boottrip mee naar de tropen, zag wat vinken rondscharrelen op de Galapagos eilanden, en riep ‘Eureka’. Voor mij als bioloog een feest van herkenning.

Wat minder leuk vond ik de cover van de New Scientist van 24 januari: ‘Darwin was wrong‘ kopte deze uitdagend. Het heeft me jaren gekost mijn ongelovige partner te overtuigen van Darwins gelijk, krijg je dit weer! Nou bleek het natuurlijk helemaal niet zo dramatisch uit te pakken als de voorkant beloofde. Het is best een aardig blad, maar ook zij maken zich schuldig aan misleidende verkooptrucs. ‘Natuurlijke Selectie’ (in hoofdletters, net zoals God) werd niet eens aangevallen in het artikel. De idee dat de best aangepasten meer kans hebben zich voort te planten en hun goede genen door te geven staat nog steeds fier overeind. Wat mij betreft het belangrijkste, simpelste, en eleganste idee van de afgelopen 150 jaar.

Maar Darwins idee van de levens-stamboom (‘tree of life’) moet wel op de schop volgens de New Scientist. Kort door de bocht: al het leven op aarde is verwant aan elkaar, en nieuwe soorten ontstaan omdat een huidige soort zich splitst (‘vertakt’) in twee nieuwe soorten die vervolgens hun eigen weg gaan.

Vergelijkend genetisch onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat soorten helemaal niet zo afgebakend en star zijn als we dachten. Het blijkt dat bacteriën en virussen ervoor zorgen dat hele stukken DNA worden uitgewisseld tussen soorten planten en dieren. Een paar spannende voorbeelden: Koeien-DNA bevat slangen-DNA; het menselijk gen ‘syncytin’ dat cruciaal is voor placentavorming is eigenlijk een gen van een virus; en het volledige (!) DNA van de bacterie Wolbachia is terug te vinden in het DNA van een type fruitvlieg.

Veel rigoreuzer is de hybridisatie van soorten. Dus geen splitsing maar samenvoeging. Sommige wetenschappers denken dat dieren die twee levenfasen hebben (larve en volwassen) het resultaat zijn van samengesmolten soorten. Eerst is het ene DNA aan de beurt, en vervolgens het andere. Als kandidaten worden zeesterren, manteldieren en weekdieren genoemd. DNA onderzoek lijkt dit te ondersteunen: 50% van het DNA van sommige manteldieren behoort tot een heel andere taxonomische groep dan waar ze nu zijn ingedeeld.

Zoogdieren kunnen het ook. Leeuwen en tijgers in gevangenschap kruisen soms, en krijgen vruchtbare nakomelingen. Nog spannender (maar minder wetenschappelijk) is de hypothese dat Homo sapiens en de uitgestorven Homo neanderthalensis met elkaar kruisten. (Misschien is de Neanderthaler niet echt uitgestorven maar opgegaan in de moderne mens door hybridisatie? Wie weet).

Meestal overleeft zo’n hybride nakomeling natuurlijk niet, maar eens in de zoveel keer is het raak. Top of flop? Dat wordt nog altijd bepaald door Natuurlijke Selectie. Dus Darwin is still right! Goed, geen ‘Tree of Life’ meer. Als Darwin had geweten wat DNA was, en hoe onzorgvuldig er mee wordt om gesprongen in de natuur, dan had ie het vast ‘the Melting pot of Life’ genoemd.

Dit stuk verscheen ook als column op de volkskrantsite.