Soms kan wetenschap ook eenvoudig zijn getuige een artikel in Biological Psychiatry. Dit artikel beschrijft een onderzoek naar het gezichtsvermogen van mensen met een autistische stoornis. Mensen met deze stoornis hebben moeite met sociale interactie en communicatie. Autisme (denk aan de film Rainman), het syndroom van Asperger en PDD-NOS zijn voorbeelden van autistische stoornissen.

Al vanaf 1940 weet men dat mensen met een autistische stoornis beter in staat zijn om in een complex patroon, details te herkennen. Nu bestaan er twee hypotheses die dit verschijnsel verklaren. Volgens de eerste hypothese worden autisten niet ‘afgeleid’ door de complexheid van het patroon en herkennen ze daarom details eerder. De tweede hypothese is simpelweg dat autisten een beter gezichtsvermogen hebben. Grappig genoeg is de laatste hypothese heel eenvoudig te testen met een eenvoudige ogentest (je weet wel die met de steeds kleiner wordende letters) maar is het tot het bovengenoemde onderzoek nooit gebeurd. Ik vermoed zelf omdat men de eerste hypothese domweg het meest aannemelijk vond. Maar wat blijkt nu, uit de ogentest komt naar voren dat autisten een veel beter gezichtsvermogen hebben. Sterker nog hun gezichtsvermogen komt in de buurt van dat van roofvogels. Behalve wat speculatie hebben de onderzoekers geen directe verklaring voor deze vondst, ze pleiten er wel voor om gezichtsvermogen mee te nemen als een van de kenmerken voor autistisch stoornissen.