Een van de grote uitdagingen in de biologie is het zichtbaar maken van dingen. Van het DNA dat erfelijke informatie draagt, en de eiwitten die belangrijke taken uitvoeren in onze cellen, tot de virussen die ons ziek maken. En het liefst nog zouden we dit alles zien in zijn normale context. Dus in de cel en aan het werk.

Dat is niet zo makkelijk. Niet alleen zijn de dingen die we willen zien heel klein en moeilijk van elkaar te onderscheiden, vaak bewegen ze ook wat het nog moeilijker maakt ze te volgen. Maar we boeken vooruitgang. We kunnen DNA en eiwitten een kleurtje geven om ze van elkaar te onderscheiden en na de eerste microscoop van onze eigen Antonie van Leeuwenhoek zijn er talloze uiterst geavanceerde microscopen ontwikkeld met veel hogere resolutie.

En nu heeft IBM een volgende belangrijke stap gezet. Met het verfijnen van de MRI (magnetic resonance imaging) die we kennen uit het ziekenhuis zijn ze erin geslaagd om een drie dimensionaal plaatje van een virus te maken (zie foto; een stukje siliconen met daar aan vast een aantal virus deeltjes in zwart). Virussen zijn ontzettend klein, gemiddeld zo’n 100 nm, (één tienduizendste van een millimeter) dus dat is een enorme vooruitgang als je het vergelijkt met de hersenscans waarvoor MRI in ziekenhuizen normaliter gebruikt wordt.

Het is niet zo dat we nog nooit een virus zichtbaar hadden gemaakt met een microscoop. We kunnen zelfs al dingen zien die nog kleiner zijn dan virussen. De vooruitgang van de aangepaste MRI die ze MRFM noemen (magnetic resonance force microscopy) zit hem dan ook vooral in het feit dat het drie dimensionale plaatjes oplevert. Dat was nog nooit gelukt voor iets zo klein als een virus. Deze techniek maakt het dus mogelijk om structuren te bestuderen die tot nu toe in twee dimensies aan het oog onttrokken zijn gebleven.