Op jezelf experimenteren als wetenschapper is al een tijdje niet zo hip meer. Het was vroeger vooral bij chemici erg in om elke stof die ze gebruikten of uitvonden te proeven. Dat klinkt niet slim, en dat was het vaak ook niet. Maar soms leidde dit toch tot onverwachte resultaten: water met prik is best een succes gebleken en LSD in sommige opzichten ook (het ‘proeven’ van LSD was in eerste instantie eigenlijk een ongelukje).

Op eenzelfde manier heeft het drinken van varkensspuug nog niet zo lang geleden tot een interessante ontdekking geleid. Ajit Varki van de University of California in San Diego vertelt in een interview in de Nature van deze week dat hij in eerste instantie geen toestemming kreeg van zijn universiteit om het experiment uit te voeren. Zoals ik hierboven al schreef wordt geëxperimenteer met jezelf niet echt gewaardeerd in de wetenschappelijk wereld. Dit omdat het gevaarlijk kan zijn en vaak anekdotische en niet onafhankelijke resultaten oplevert. Maar Varki kon de universiteit in dit uitzonderlijke geval van het nut en de onafhankelijkheid van hem en zijn medewerkers overtuigen. En dus, nadat zijn onderzoeksgroep uit een paar kilo varkens-wang-klieren spuug geïsoleerd had, werd Varki ‘s werelds varkensspuug expert en hij kan nu waarschijnlijk als enige uit eigen ervaring zeggen dat de smaak nogal zoet-zurig is.

Ajit Varki is geen gestoorde maar is juist een zeer gerespecteerde wetenschapper. Hij dronk het spuug dan ook niet zonder reden. Zijn hypothese was dat er in vlees en zuivelproducten grote aaneengeschakelde suikermoleculen zitten die door ons lichaam worden opgenomen en vervolgens worden ingebouwd in onze lichaamscellen. Zijn hypothese bleek te kloppen, grote ‘Neu5Gc’ suikermoleculen werden aan de oppervlakte van zijn lichaamscellen gevonden nadat hij het varkensspuug had verorberd.

Dit is een nogal spectaculair resultaat. Normaal gesproken worden de stoffen in ons voedsel (suikers, eiwitten et cetera) volledig afgebroken in stukjes die weinig meer weg hebben van de oorspronkelijke suiker of het oorspronkelijke eiwit.  Dit is het eerste voorbeeld van een suikermolecuul die na zijn reis door het menselijk verteringssysteem in z’n geheel aan de oppervlakte van een cel terechtkomt.

Maar het wordt nog spannender. Varki had als tweede hypothese dat deze suikermoleculen, wanneer ze eenmaal op onze cellen zitten, ons bevattelijker zouden kunnen maken voor bepaalde ziekteverwekkers door als herkenningspunt te dienen voor giftige stoffen bijvoorbeeld. En wederom bleek hij gelijk te hebben.

Er zijn verschillende varianten van de bacterie  E. coli. Velen zijn volkomen onschadelijk. Sterker nog, ze vormen een belangrijk deel van onze darmflora. Maar sommige varianten zijn zeer schadelijk voor de mens, bijvoorbeeld doordat ze een giftige stof produceren die ons ziek maakt. Varki en zijn collega’s van de University of Adelaide ontdekten dat de nieuw ingebouwde Neu5Gc suikermoleculen worden herkend door zo’n toxine en de aanwezigheid van dat suikermolecuul maakt mensen daardoor bevattelijker voor de schadelijke gevolgen van deze bacterie. Dit heeft zelfs geleid tot de gedachte dat de suikermolecuul nog meer problemen kan veroorzaken door bijvoorbeeld een ‘aanlegpunt’ te vormen voor de malaria parasiet.

De ironie is dat vlees en melk besmet kan zijn met ‘slechte’ E. coli, zoals in 2005 in Nederland gebeurde met filét américain. In dat geval krijg je met je broodje filét américain tegelijkertijd de bacterie en de suikermolecuul die je bevattelijker maakt voor de bacterie binnen. Nu kan je denken; ‘paniek! ik koop geen vlees meer’ maar dat lijkt wat voorbarig. Ten eerste is het onduidelijk hoeveel suikermoleculen je binnen krijgt van een stukje vlees. Verder is het niet duidelijk hoe sterk de relatie is tussen het aantal Neu5Gc moleculen en de daaruit voortkomende bevattelijkheid voor E. coli. Gelukkig wordt er ook nog altijd streng gecontroleerd op de aanwezigheid van E. coli in ons voedsel. Bovendien had Varki een hoeveelheid Neu5Gc ingenomen die gelijk staat aan het verorberen van 14 varkenslappen in één keer. Dat kan nooit gezond zijn.

Blijkt maar weer, gebruik met mate! Maar als je je nou echt niet kan bedwingen is het goed te weten dat de meeste scheikundigen die hun stofjes proefden ook nog jarenlang gezond en wel rond liepen. Behalve dan Carl Wilhelm Scheele die geen genoeg kon krijgen van kwik.